Parking
De weggetjes hadden een letter. Van A tot P. Of nog verder, dat wist ik niet zeker. Ik had voor mijn auto een plekje gevonden in weggetje N. Aan de ingang van mijn weggetje zag ik een oudere vrouw besluiteloos heen en weer lopen. Ik haalde haar in. 'Ik weet niet meer waar ik mijn auto heb achtergelaten', zuchtte ze. Ik vroeg of ze de letter nog wist. 'Pff, ... iedere dag een andere letter', schamperde ze. Even wendde ze zich van me af. Ik zag dat ze haar zakdoek bovenhaalde en haar oog bette. Ik bood aan mee te zoeken. 'Het is een grijze Opel', zei ze. Ze dacht dat ze hem dichter bij het ziekenhuis had geparkeerd, maar had alle weggetjes al nagekeken. 'Dan doen we nu dit weggetje en keren we daarna terug richting ziekenhuis,' bood ik aan. Langzaam stapten we voorbij rijen geparkeerde wagens. Ik keek uit naar een grijze Opel. De vrouw zuchtte. 'Het is alsof ik niet meer kan nadenken. Ik heb net te horen gekregen dat mijn man niet meer zal genezen.' We passeerden mijn auto en zochten verder. Twintig meter verder slaakte ze een kreetje. 'Daar staat hij.' Ze wees naar een grijze Opel iets verderop. Ze bedankte me en ik wenste haar veel sterkte. Daarna keerde ik terug naar mijn auto.
De weggetjes hadden een letter. Van A tot P. Of nog verder, dat wist ik niet zeker. Ik had voor mijn auto een plekje gevonden in weggetje N. Aan de ingang van mijn weggetje zag ik een oudere vrouw besluiteloos heen en weer lopen. Ik haalde haar in. 'Ik weet niet meer waar ik mijn auto heb achtergelaten', zuchtte ze. Ik vroeg of ze de letter nog wist. 'Pff, ... iedere dag een andere letter', schamperde ze. Even wendde ze zich van me af. Ik zag dat ze haar zakdoek bovenhaalde en haar oog bette. Ik bood aan mee te zoeken. 'Het is een grijze Opel', zei ze. Ze dacht dat ze hem dichter bij het ziekenhuis had geparkeerd, maar had alle weggetjes al nagekeken. 'Dan doen we nu dit weggetje en keren we daarna terug richting ziekenhuis,' bood ik aan. Langzaam stapten we voorbij rijen geparkeerde wagens. Ik keek uit naar een grijze Opel. De vrouw zuchtte. 'Het is alsof ik niet meer kan nadenken. Ik heb net te horen gekregen dat mijn man niet meer zal genezen.' We passeerden mijn auto en zochten verder. Twintig meter verder slaakte ze een kreetje. 'Daar staat hij.' Ze wees naar een grijze Opel iets verderop. Ze bedankte me en ik wenste haar veel sterkte. Daarna keerde ik terug naar mijn auto.