TwweeT en de kleine dingen

woensdag, april 15, 2009

Hollen
We hebben het druk. We plannen, vergaderen, feesten, eten, doen aan cultuur, sporten en ontmoeten. We ademen niet. Of amper. We puzzelen met afspraken, willen niets missen. We zijn gulzig, slorpen alles op maar zijn even snel weer uitgedroogd.
Onze grootste nachtmerrie: een lege plek in onze agenda. Een dag die we helemaal zelf moeten vullen, waarop we helemaal alleen zijn met onze twijfels. We hebben nog een lange weg te gaan. En we weten het.

woensdag, april 01, 2009

Slapen en dromen
Zij: Heb jij last van het zomeruur?
Ik: Een beetje, ik vond het moeilijk om op tijd te gaan slapen.
Zij: Oh, ik niet, ik vind het heerlijk. Maar ik slaap altijd slecht.
Ik: Ja?
Zij: Ja, ik word heel vaak wakker 's nachts. Mijn klokradio moet ik zelfs wegzetten, ik kan dat niet zien. Die cijfertjes, dat blijven euro's voor mij.

Ik was een klant, zij de dame aan de kassa.

dinsdag, maart 10, 2009

Afscheid
Zelden knuffelde ik zoveel mensen als vorige zaterdag. Mijn zussen, broer, een vriend, een vriendin, tantes, nonkels, een paar nichtjes en twee stoere neven. Zelfs mijn veertienjarig neefje bij wie het me nog nooit lukte hem een kus te ontfutselen, wilde nu wel een knuffel. “Vandaag is een rare dag, vandaag mag dat”, zei hij. En hij had gelijk. Zaterdag was vooral een trieste dag die we samen toch een beetje warmer maakten.

maandag, november 10, 2008

Woorden
Ik ging op zoek naar de mooiste woorden. Woorden die geen schrammetje pijn zouden doen. Ik wilde zinnen die troosten, begrijpen en meevoelen. Woorden die warmte en houvast bieden. Ik hoopte dat mijn woorden toedekten wat koud had, verzorgden wie pijn leed.
Ik zocht, proefde, oefende en twijfelde. Geen enkele zin leek mooi genoeg, geen woord bood troost. Ik gaf het op en besloot er te zijn en te luisteren.
Het was alles wat ik kon. Ik wist dat mijn oren en armen niet de troost boden waarvoor ik woorden zocht. Daarvoor was het verdriet te groot.

zaterdag, november 01, 2008

Handschoenen
Net als ik graaide de vrouw in de bak met handschoenen. Ze was de tachtig al lang voorbij en leek me erg broos. "Hebben ze geen kleinere modellen?" vroeg ze aan mij. Ik keek in haar roodomrande ogen en zag een perkamenten huid. "Ik weet het niet", antwoordde ik naar waarheid. "Deze zijn allemaal veel te groot voor mij." Ze strekte haar hand naar me uit. Ik zag rimpels en een donkere vlek. Ze gebruikt bloedverdunners, dacht ik. Die vlekken had ik ook gezien bij mijn grootvader. "Vroeger woog ik honderd kilo, toen had ik die handschoenen zonder problemen kunnen passen. Nu weeg ik exact de helft, zag ik toen ik vanmorgen op de weegschaal ging staan." Ze lachte, ik grinnikte.

donderdag, oktober 23, 2008

Nieuw
Gisteren zijn we onze nieuwe auto gaan bewonderen. Best een klasbak, moesten we toegeven. ’t Is een grijze geworden, met een ietwat apart design. Splinternieuw, dat zagen we zo. En handig leek ons die nieuwe ook wel. Ja, we waren tevreden met ons nieuw karretje. En rijk dat we ons voelden: we hebben nu al drie bordeaux en twee grijze vehikels tot onze beschikking. Al zijn ze dan niet echt van ons en kunnen we er enkel gebruik van maken, een nieuw autodeel-voertuig, voelt toch een beetje als een nieuwe auto.

vrijdag, oktober 10, 2008

Seizoen
Ik mik mijn voorwiel van blad naar blad. Krikkrak, klinkt het. En opnieuw: krikkrak. Een fijn geluid. Ik koester me in de laatste warme zonnestalen en kruip ’s avonds onder mijn dikste donsdeken. Lekker warm, twee keer. Ik adem witte wolkjes en luister naar de regen op het dak. Het deert me niet, binnen is het droog en warm. Ik kuier door de straten en langs het water en ruik: herfst. Ik geniet. Een herfstkind, dat ben ik.

donderdag, oktober 02, 2008

Brokken
Het is al om zeep. Ondanks alle waarschuwingen, ondanks mijn oplettendheid.
Drie maanden zit ik nu op mijn nieuwe stek en ook hier heb ik brokken gemaakt. Serieuze brokken. En ik weet dat er geen weg terug is, vanaf nu zal het nog meer bergaf gaan.
Zo ging het op mijn vorige plek ook. Toen ik er vertrok, kreeg ik een cadeau: de zitting van mijn oude bureaustoel inclusief groot gat. Dat had ik eigenhandig gemaakt. En daarmee ben ik nu ook bezig. Rechts vooraan vertoont mijn stoel al een flinke sleetplek. De volgende stap ken ik al: de mousse die beetje bij beetje te voorschijn komt en in gele pulkjes op de grond terecht komt. Mijn oude collega’s hadden mijn nieuwe collega’s gewaarschuwd. Dat ze met mij flink in de kosten zouden vallen, dat hun materiaal niet veilig zou zijn in mijn handen. Of beter gezegd, mijn voeten. Want de schuldige is mijn linkervoet. Ik ben immers een 'beenzitter', linkervoet onder rechterbeen. En daartegen blijken bureaustoelen niet bestand.

dinsdag, september 30, 2008

Jij wordt kwaad, ik verdrietig.
Jij schreeuwt, ik zwijg.
Jij bent aanwezig, ik afwezig.
Zo gaat het altijd, wie jij ook bent.

zondag, september 28, 2008

Zus
Ze had wat te veel gedronken, maar dat mocht. Ze praatte te luid en was af en toe behoorlijk direct. Maar dat kon geen kwaad. Het was immers feest, ze mocht zich amuseren.
Ze wist heel goed dat het feest ook voor haar grote gevolgen zou hebben.
"Voortaan heb ik de slaapkamer voor mij alleen. Kan ik vriendjes uitnodigen die in dat lege bed kunnen slapen - zogezegd hé."
En plots werd ze triest.
"Dat gaat toch heel vreemd zijn, dat ze vanaf nu echt ergens anders zal wonen. Dat we haar niet zo vaak meer zullen zien. Dat we bij haar op bezoek moeten." Ze sprak de woorden als waren het vieze gerechten die ze niet lustte. "En dan moeten we haar drie kussen geven en een cadeauje meenemen. Dat is toch raar." Dat haar zus trouwde, daar kon ze zich mee verzoenen. Maar dat ze nu ook een beetje afscheid moest nemen, viel haar zwaar.

donderdag, september 25, 2008

Stad
Na een laatste kus draai ik me om en loop door de koude stad naar huis. Zij gaan hun weg, ik de mijne. Ik passeer donkere etalages, het lukt me niet de prijs van het sjaaltje te onderscheiden. Het is stil op straat. Af en toe vang ik een flard voetbalgezang op. Al lijkt het niet zo, de zangers moedigen hun ploeg toe aan de andere kant van de stad. Hier is niemand. Mijn voetstappen en ik. En mijn hoofd vol gedachten. Thuis lijkt ver weg.

vrijdag, augustus 22, 2008

Kijken
Ik hou mijn ogen open en mijn adem in. Gefascineerd kijk ik om me heen. Overal blauw en heel wat te zien. Spartelende voeten, zwoegende lijven en daar in de diepte ligt iets te blinken. Ik kijk naar de trage bewegingen van het lijf links van me en de luchtbelletjes in de verte. Ik bewonder efficiënte halen en gespierde bovenlijven. En dan steek ik mijn hoofd opnieuw boven water. Bijna vergeet ik adem te halen.

maandag, augustus 18, 2008

Wat je doet en waar je bent
Waarover je leest en wat je vergeet
Wanneer je gelukkig bent en wanneer je treurt
Hoe mooi je woorden zijn en wie ze hoort
Wat je ziet en hoe de regen valt
Aan wie je denkt en hoe dat voelt

vrijdag, augustus 08, 2008

Interview
"Dat is eigenlijk een beetje gek", zei ze. "Nu weet jij alles over mij en ik niets over jou." Ze had gelijk, dat was immers het opzet van onze ontmoeting. Zo had ik het trouwens het liefst. "Niet verder vertellen hé", vroeg ze. Dat kon ik haar niet beloven, maar ik verzekerde haar dat ik er een mooi verhaal van zou maken.
"We kunnen nog eens afspreken en dan mag jij de vragen stellen", opperde ik. Haar vragen had ik best wel willen beantwoorden. Deze keer had ik het gevoel 'jij bent een toffe, wij zouden vriendjes kunnen zijn'.
"Dat is goed, dat doen we!" En ze plantte een kus op mijn wang.

vrijdag, augustus 01, 2008

Plaats
“Dat is jouw plaats”, zei hij. Het klonk als een bevel, ik besefte dat ik geen keuze had. Hij wees naar een lege plek aan de zijlijn, ver bij hem vandaan. “Ik hoop dat je deze wedstrijd wint”, zei ik net voor ik van het veld stapte. Maar de plek die hij me had toebedeeld, liet ik links liggen. Ik koos voor een plaatsje in de schaduw, ver bij hem vandaan en helemaal uit het zicht. Uit zijn zicht.

woensdag, juli 30, 2008

Steen
De trein. Als altijd. De vrouw tegenover me leest een boek, de man aan het raampje luistert naar zijn IPod en staart naar buiten. Een meisje eet een appel en tracht te achterhalen welk boek de vrouw leest. Dagelijkse kost, niets bijzonders.
Behalve dan die bebaarde man naast me. Heel voorzichtig haalt hij een pakketje uit zijn rugzak. Hij maakt het bruine papier los en schuift de noppenplastic weg. Er komt een steen tevoorschijn. Grijs, gebobbeld, hier en daar putjes, een ondefinieerbare vorm. Een grote paardendrol, verder kom ik niet. De man schuift het voorwerp heen en weer, bekijkt het langs alle kanten. Hij haalt een notaboek en een pen tevoorschijn en begint verwoed te schrijven. Opnieuw bekijkt hij de steen. Aan de onderkant ontwaar ik een nummer, maar verder kan ik er niets van maken. Hij betast en bestudeert en schrijft een pagina vol, alsof hij het voorwerp helemaal doorgrond heeft. Voor mij blijven de steen en de man echter een mysterie.

dinsdag, juli 29, 2008

Hier was ik


Thuis
En dan stap je je eigen huis weer binnen. Na zestien dagen andere oorden, kom je weer thuis. Of toch niet. Je woonkamer lijkt groot en leeg. Je eettafel staat op een gekke plaats. Zo groen is je terras nu ook weer niet. En die keuken, lagen al die rommeltjes daar altijd al? Was het hier echt niet gezelliger? Thuiskomen, vergt blijkbaar heel wat tijd.

donderdag, juli 03, 2008

Dingen...
die ik de voorbije dagen kreeg, zomaar.
- een beker sangria in het park,
- een knuffel van een Nederlandse vrouw die ik nooit eerder had gezien en ook nooit meer zal zien,
- een voorconcert van REM (voor het eigenlijke concert betaalde ik natuurlijk wel),
- een lief kaartje uit een ver land.

dinsdag, juli 01, 2008

Basiel
Basiel, hebben we het katje gedoopt. Dat vonden we de beste naam voor het schepsel. Nee, niet alleen een mooie naam, vooral een toepasselijke naam. Basiel moest immers nog net niet naar het asiel.
Pikzwart met vier witte sokjes en een wit neusje. Negen weken onbeholpenheid. Uberschatje. En toch heeft het schatje bitter weinig geluk in dit leven.
Basiel arriveerde op een feestje in een chique draagmand en werd vergezeld van een praktische kattenbak en voer voor vier weken. Een fantastisch cadeau voor de jarige. Zij beweerde immers al jaren dat ze een kat wilde. Maar de jarige weigerde haar cadeau, ze wilde geen poes meer. Het paste niet in haar huis en nog veel minder in haar leven. Basiel spinde en miauwde, maar de jarige hield voet bij stuk. De laatste maanden had ze toch duidelijk gemaakt dat ze van idee was veranderd? En dus verdween Basiel opnieuw in z’n mandje en werd elders een onderkomen gezocht. Bij die ene vriendin die al een kat had, bijvoorbeeld. Ach, waar plaats is voor een, is ook plaats voor twee. Maar kat nummer een had het niet zo begrepen op Basiel. Ze gromde en blies en verdween zo snel mogelijk van het toneel.
Bij vriendin twee dan maar? Daar woonden al twee katten, die zouden het wel niet te moeilijk hebben met een extra poesje erbij. Verkeerd gedacht. Basiel was niet welkom. Klauwende poten, dreigend geblaas en hoog opgezette ruggen waren zijn deel. Misschien moet Basiel binnenkort toch naar het asiel…

donderdag, juni 19, 2008

En daarna
Hoe de regen genadeloos uit de hemel valt.
Hoe troosteloos en verdrietig de wereld lijkt.
Hoe daarna de zon door de wolken breekt.
Hoe twee duiven hun verenpak oppoetsen en zich koesteren in de zon.
Vredig naast elkaar.

maandag, juni 02, 2008

Reis
Vorige week kwam ze op bezoek. Ik kookte voor haar: courgettesoep met tuinkers (twee porties) “je hoeft die losse tuinkers er niet bij te doen, die prikt in mijn keel”, varkenshaasje op een bedje van rabarber (een portie) “wel een beetje zuur” en tiramisu van bosvruchten (drie porties) “ben ik niet te gulzig als ik nog eens neem?”.
Ik vertelde over mijn nieuwe job, zij over de lessen cultuurgeschiedenis die ze volgde. En over haar reis naar Kreta. Dat ze haar badpak wilde meenemen en haar witte benen een behandeling met zelfbruiner ging geven. Ze tilde haar broekspijpen op. Ik zag blauwdooraderde schenen met hier en daar wit. Oude benen.
Ze gaf me raad over de planten in mijn tuin en wilde weten of ik gelukkig was. “Want dat zou ik heel graag willen”, voegde ze eraan toe. Ik zei haar dat het goed met me ging, dat ze zich over mij geen zorgen hoefde te maken. Bij het afscheid omhelsde ze me stevig. En nog een keer. Ik voelde hoe mager ze was, hoe broos.

Gisteren haalde haar reisgezelschap haar op. De koffer stond klaar, het vliegtuig zou niet wachten. Maar de deur bleef gesloten. Die nacht maakte mijn oma een andere reis. Ze vertrok naar een oneindig verre bestemming.

maandag, mei 26, 2008

Moeilijk
Ik trek mijn jas uit en hang hem aan de kapstok. "Oei oei", zegt mijn mannelijke collega als hij mij ziet. Ik vraag wat er is. Hij wijst naar mijn bolero. "Mijn dochter heeft ook zoiets, dat is zo moeilijk om te strijken."

zondag, mei 25, 2008

Veilig
Ze komt langs de achterdeur binnen, ik zit voor mijn computer. "Miieew", klinkt het. Ze plaatst een vraagteken achter de klank. Ik kijk op en zie dat ze haar kop schuin houdt. Ze komt dichterbij en plaatst haar voorpoten op mijn dij. Ik til haar op. Ze installeert zich en zoekt een warm plekje, een makkelijke houding. Vanuit mijn veilige armen kijkt ze naar buiten, geconcentreerd. Af en toe duwt ze haar kop hard tegen mijn neus, haar equivalent van kopjes geven. Ze spint. Het is goed zo.

vrijdag, mei 23, 2008

Leeg
Binnenkort trek ik een deur achter me dicht en ga ik elders aan de slag. In mijn hoofd maak ik stilaan plaats voor nieuwe uitdagingen en ook mijn bureau begint al lege plekken te vertonen. Opruimen, weggooien, sorteren, bijhouden. Het hoort erbij. Honderden papieren glijden door mijn handen, evenveel verdwijnen er in de papiercontainer. Enkele interessante mappen leg ik opzij. Voor later. Ik beslis vlug, hoe sneller er ruimte is voor iets nieuws, hoe beter. Maar die tientallen notaboekjes die ik in mijn lade vond, doen me aarzelen. Allemaal zijn ze volgekrabbeld met verhalen, schema’s, interviews, uitleg. Ze zijn de eerste getuigen van mijn werk, mijn leven. Ik twijfel. Kan ik ze zomaar weggooien? En als ik ze bijhoud, wat doe ik er dan mee? Voorlopig legde ik de stapel prominent vooraan op mijn bureau. Af en toe sla ik een boekje open en lees een flard gesprek of zoek naar de context van mijn krabbels. Ik twijfel nog steeds.

donderdag, mei 22, 2008

Spits
Het is druk, maar ik vind nog een leeg plekje in de trein. Naast een jonge vrouw die verdiept is in een boek en tegenover een imposante man. Nieuwsgierig probeer ik te achterhalen welk boek de vrouw leest, maar het lukt niet. Ik lees enkele zinnen over linzen die worden gekookt, er gaat geen belletje rinkelen. Ik geef het op en haal mijn boek tevoorschijn. Het leven van Pi.
Nadat ik twee regels heb gelezen, knoopt de man tegenover ons een gesprek aan met de vrouw naast me. In het Engels vraagt hij waar de trein zal stoppen en wanneer hij eruit moet. “De tweede stop”, antwoordt ze. Hij vraagt waar zij moet zijn. Ze vertelt dat ze er op hetzelfde moment uit moet. Hij vraagt of ze een vrouwenboek aan het lezen is. Ze ontkent en laat het hem zien. Duizend schitterende zonnen, zie ik. Hij leest de titel en de auteur en concludeert dat het inderdaad geen vrouwenboek is. Hij knikt in mijn richting en vraagt of alle Belgische vrouwen lezen. Het geduld van mijn buurvrouw is op. Ze negeert hem. Ik ook.
Hij heeft door dat hij bot vangt en wendt zich tot mij. “Waar moet jij naartoe?” vraagt hij. “Daar waar jij moet zijn”, repliceer ik. Ik merk dat mijn buurvrouw doet alsof ze heel geconcentreerd leest. Ik begrijp haar en ben een tikkeltje jaloers. Hij geeft niet op en vraagt of ik Duits spreek. Ik ontken. Hij begrijpt het niet. “Nederlands is toch hetzelfde als Duits”, beweert hij. “Alleen het accent verschilt.” Ik zeg hem dat het toch ietsje anders is. Ook mijn geduld raakt op. Maar er is verlossing onderweg, ik merk dat de controleur dichterbij komt. De man heeft het ook gezien en buigt voorover, op zoek naar zijn treinkaartje. Een walm dranklucht bereikt ons.
“Die heeft veel pintjes te veel op”, fluistert mijn buurvrouw. “Gelukkig zijn we er bijna”, fluister ik terug.
We laten ons abonnement zien en de man toont het afgescheurde strookje van zijn ticketje. “Dat is niet genoeg”, laat de controleur hem weten. Op zijn dooie gemak speurt de man in zijn broekzakken, de zakken van zijn jasje en zijn hemd. Hij vindt tal van papieren, maar dat ene ontbreekt. “Dat is dan 16,40 euro”, zegt de controleur onverstoorbaar. De man doet alsof hij het niet hoort en zoekt verder. Mijn buurvrouw en ik lezen verder en volgen het spektakel vanuit onze ooghoeken. “Van Brussel tot Antwerpen kost u 16,40 euro”, herhaalt de controleur. De man werpt hem een minachtende blik toe en overhandigt hem zijn kaartje. Op het nippertje. “Mag ik dan 16,40 euro van u?” vraagt hij hautain. De controleur knipt het kaartje en maakt aanstalten om verder te gaan. Dat is buiten de man gerekend. Hij verspert doelbewust de doorgang naar de volgende wagon en lacht zijn arrogant lachje. De controleur maakt rechtsomkeer, onverstoorbaar. Ook mijn buurvrouw en ik stappen op, we zijn immers waar we moeten zijn. “Kalm blijven, dat is de kunst”, laat de controleur ons weten. Hij heeft gelijk.

Bakker
Ik bestelde een brood en twee pistolets en vroeg hoeveel ik moest betalen. “Drie euro tachtig”, klonk het. Ik overhandigde de winkeljuf een briefje van vijf. Ze greep naar rechts en haalde een rekenmachine boven. Mijn wenkbrauwen gingen de hoogte in, maar ik zweeg. Ik zag wat ze tokkelde: achtereenvolgens tikte ze op de vijf, de min, de drie, de komma en de acht. Daarna tastte ze in haar kassa en viste er enkele muntstukken uit. “Dat is dan een euro twintig terug”, zei ze met een glimlach. Ik vroeg me af hoe lang ze bij de bakker zou blijven werken en wenste haar iets meer wiskundig inzicht.

woensdag, mei 21, 2008

Dingen
die je kunt doen als de treinen staken:
- genieten van de zon op een beschut plekje in de tuin
- afwassen
- de kat strelen
- de planten water geven
- uitgebreid koken
- clafoutis maken
- werken, uiteraard

Dingen
die je mist omdat de treinen staken:
- een babbel
- een snelle computer
- dat ene document dat je toch nodig bleek te hebben
- je dagelijkse fietstochtje

vrijdag, mei 09, 2008

Goeiedag
We wandelden voorbij de terrasjes op zoek naar een leeg tafeltje. Een man aan het tafeltje op de hoek, knikte ons vriendelijk toe. “Goeiedag”, klonk het. We knikten vriendelijk terug maar wierpen onmiddellijk vragende blikken naar elkaar. “Ken jij die man?” vroeg mijn gezelschap. Ik had hem nog nooit gezien, zij wist hem ook niet thuis te brengen.
Na een vruchteloze zoektocht naar een lege tafel keerden we op onze stappen terug. De man zat nog steeds aan hetzelfde tafeltje op de hoek. Opnieuw wenste hij ons een goedendag. En opnieuw knikten wij vriendelijk terug. “Ik denk dat ik die man toch ken, maar ik kan me niet herinneren waarvan”, bekende mijn gezelschap. Ook toen we al lang een tafeltje hadden gevonden, bleef ze er haar hoofd over pijnigen. Maar het antwoord kwam niet. “Misschien was dat gewoon een vriendelijke man die meedeed aan de Week van de goeiedag”, opperde ik. “Dan vind ik dat toch niet zo’n goed initiatief. Je mag dan wel vriendelijk zijn, eigenlijk schep je enkel verwarring.”

dinsdag, mei 06, 2008

Potje
Eva weet dat het er is en altijd zal zijn. Dat accepteert ze. Het doet zelfs geen pijn meer. Vandaag huilt ze geen machteloze tranen meer en rouwt ze niet langer om wat nooit geweest is. Ze plaatste het potje pijn en verdriet dicht bij haar middenrif: veilig voor aanvallen uit de buitenwereld, uit het zicht.
Intussen leeft Eva vrolijk verder. Ze lacht, danst, zingt en verkent nieuwe oorden. Af en toe denkt ze wel eens aan het potje bij haar middenrif, maar het raakt haar amper. Het is er gewoon, maakt deel uit van haar zijn. Als haar pink waar af en toe een pijnlijke scheut doorheen trekt of als die kies die haar soms last bezorgt. En zo zou het altijd zijn, dat weet ze.
En toch loopt het potje plots over. Het verdriet zoekt zich een weg naar buiten, snel en meedogenloos. Eva begrijpt het niet. Al die tijd dacht ze dat haar aanvaarding van het potje voldoende was. Dat ze geen overstromingen meer te vrezen had. Maar nu weet ze dat ze zichzelf bedrogen heeft. En dat doet pijn.

maandag, mei 05, 2008

Bezoek
Ik stapte het gebouw binnen, liep met een forse pas voorbij de balie en haastte me naar het lokaal waar ik moest zijn. Of beter gezegd: waar ik dacht dat ik moest zijn. Ook bij de balie had ik al getwijfeld of ik me moest aanmelden. Ik had gehoopt dat mijn kordate pas mijn twijfel kon verbergen. Ik wilde vooral geen groentje lijken, er was immers een tijd dat ik hier minstens een keer per week te vinden was.
Ik liep langs de rijen boeken en snoof de geur op. Mijn blik dwaalde over ruggen, titels, auteurs. Niet veel later vond ik wat ik zocht en verdiepte me in de letters. Ik las, noteerde en vergeleek. En ik las nog meer. Een nieuw boek. En nog een. Later maakte ik een ommetje langs de literatuur en wierp een blik op de reisgidsen. Plots was het sluitingstijd.
Terwijl ik met mijn oogst naar de balie liep, vroeg ik me af waarom het zo lang geleden was dat ik de bibliotheek nog had bezocht. Omdat ik liever mijn eigen bibliotheek aanleg, bracht ik mezelf in herinnering. Maar meteen besefte ik dat het geen goede reden was. Mij zul je opnieuw veel meer tussen de boeken vinden, de volgende maanden.

dinsdag, april 29, 2008

Tweetal
De wind tilt het tweetal op. Horizontaal, met de armen gestrekt, hangen ze in de lucht. Ze fladderen een beetje, maar nodig is dat niet. De wind blaast ze nog dichter naar elkaar toe.
Ze sluiten hun ogen en tuiten hun lippen, allebei. Ooit, als de wind echt goed zit, zullen ze eindelijk voelen hoe de lippen van de ander proeven. Zoet, stelt zij zich voor. Pikant, hoopt hij. Ze fladderen een beetje en dromen verder. Voorlopig.

zondag, april 27, 2008

kijken - de kat
lezen - de krant
voelen - de lentezon
horen - de wereld, op een afstand
weten - het komt goed
gelukkig zijn

dinsdag, april 22, 2008

Moeder
Plots was ik moeder van een jongetje van tien maanden. Blonde haren, donkere ogen en een guitige blik. Hij lachte naar mij en strekte ook af en toe zijn armpjes uit in mijn richting. Ik raapte zijn knuffel op als hij die op de grond had gegooid en las hem voor uit zijn boekje. En ik trok gekke bekken waarop hij bijna begon te schaterlachen.
Maar geen enkel moment voelde ik me de moeder van dit leuke kind. Tot een man aan een aangrenzend tafeltje me complimenteerde met de mooie en vooral vele haren van mijn zoon. Ik lachte maar liet vriend S. antwoorden. De vele haren waren immers allerminst mijn verdienste, wel de zijne. Hij was de vader van het kind. Maar als enige vrouw in het gezelschap, word je blijkbaar automatisch als moeder van het enige kind bestempeld. Zo snel gaat dat.

woensdag, april 16, 2008

Winnen
Ik had goed nieuws gekregen – eindelijk was het zeker. Opgetogen stuurde ik de blijde boodschap naar iedereen die de vorige maanden met mij had meegeleefd. De sms’jes en telefoontjes stroomden binnen. Ook mijn moeder belde. Ik deed haar het relaas van de dag en vertelde dat ik niet veel tijd had. Ik zat immers bij vrienden op de sofa en we zouden onmiddellijk een partijtje Kolonisten spelen. “Oh, dan ga je zeker winnen”, zei ze. “ Dat kan niet anders op een dag als vandaag.” Ik zei haar dat ik daarvan nog niet zo zeker was. Ik kende de tegenstand. Maar ik won. Overtuigend.

vrijdag, april 11, 2008

Ochtend
Het was druk in het station. Tientallen pendelaars haastten zich naar het perron om de trein naar Brussel te halen. Ook op de roltrap was het aanschuiven. Werkvee dat zich gewillig naar de werkplek liet voeren. Even keek ik achterom. Mijn blik ving die van de man net achter mij. Hij geeuwde, de mond wagenwijd open, zonder hand ervoor. Ik lachte, hij ook, nadat hij in staat was zijn mond opnieuw te sluiten. Eerst schuchter en verontschuldigend, daarna met pretlichtjes in zijn ogen.

maandag, maart 31, 2008

Vormen
Met dikke worsten van klei maakte ik een lege man. Ik legde de hompen op elkaar en kneedde ze tot een bovenlijf, schouders, hals en hoofd. Ik streelde het bovenlijf, voelde of de hals wel een echte hals werd. Ik keek en zocht naar bultjes waar die niet horen te zitten, lijnen die wat van hun spanning verloren. Ik klopte, duwde met mijn duimen en streelde de oneffenheden weg. Mijn man kreeg steeds meer vorm. Een spitse kin, een hoog voorhoofd. Mijn vingers betastten zijn wangen, zijn rug en zijn nek. Mijn man werd echt. Nadat ook het laatste gaatje in zijn schedel was gedicht, was hij af. Ik legde mijn handen op zijn schouders en voelde dat hij helemaal van mij was. Zijn schouders, zijn hoofd, zijn lenden en zijn borst. Moeiteloos plooiden mijn vingers zich om zijn vormen. Geen enkel lichaamsdeel moest verkend worden, alles voelde vertrouwd.

vrijdag, maart 28, 2008

Japan (4)
Gepakt en gezakt liepen we van het futuristische station van Kyoto naar onze ryokan. We waren moe en mijn rugzak woog zwaar. Toch keek ik belangstellend om me heen. Een nieuwe stad, tientallen nieuwe indrukken. Ik zag hoe de tempels tussen de woonblokken geplant waren en aanschouwde mijn eerste diagonale zebrapad. Ik merkte op dat er een meisje op het voetpad fietste. Niets bijzonders, dat had ik in Nagoya en Nara ook gezien. Maar dit meisje had blonde haren en een blanke huid. Even dacht ik dat het meisje een toerist was die zich wel heel goed had ingeburgerd. Mijn ogen gleden langs haar gezicht, ze was ons bijna voorbij. En toen slaakte ik een kreet en bleef stilstaan. Het meisje fietste nog vier meter verder en remde. We keerden ons om en stamelden elkaars naam. Even konden we niets uitbrengen, zo verbaasd waren we. Zij was de enige persoon van wie ik wist dat ze in Japan woonde. Al jaren. Maar dat ik haar zomaar tegen het lijf kon lopen in dat uitgestrekte land, in die miljoenenstad, dat had ik nooit gedacht. Zonder afspraak – zonder idee in welke stad ze verbleef – zonder zoektocht. Ik blijf het ongelooflijk vinden.

dinsdag, maart 25, 2008


[Wijvenblog] Shoppen
Het regende heel hard terwijl we in de winkelstraat verzeild raakten. Zonder er over na te denken, stapten we de Inno binnen. Daar was het droog. "Dat komt goed uit," zei goede vriend X. "Ik heb nieuwe kleren nodig." Eigenlijk bedoelde hij: jij kunt me helpen bij het uitkiezen van een hippe broek en dito hemd. Ongetwijfeld verwachtte hij dat ik in de zevende hemel zou zijn, dat mijn namiddag volkomen geslaagd zou zijn. Dat was verkeerd gedacht.
"Ga maar shoppen met een andere vriendin", antwoordde ik. Ik shop niet graag, niet voor een ander, niet voor mezelf en zeker niet in gezelschap. Zo kwam het dat we die namiddag de Inno doorkruisten, zonder ook maar een kledingstuk te passen, laat staan te kopen. Wat we wel deden? Mensjes kijken, want dat doe ik het liefst in de Inno.
Meer wijvenblogs? Kijk hier.

maandag, maart 24, 2008


[Wijvenblog] Mijn lijf
Mijn lijf laat me genieten van mooie muziek, lieve aanrakingen en lekkere dessertjes. En als ik het wil, brengt het mij helemaal naar de andere kant van de wereld en terug - zonder moordende jetlag. Mijn lijf is sterk. Ongestraft kan ik mijn dagen helemaal vol plannen. Pijnen of ongemakken zijn me vreemd, mijn lijf is een trouwe dienaar. Het laat me heerlijk dansen en als ik het écht wil, zelfs zingen. Dankzij mijn lijf kan ik de wereld zien en de mensen die ik graag zie omhelzen. Al is het dan aan de kleine kant en raakt het niet in een maatje 38, mijn lijf is zo slecht nog niet.
Meer wijvenblogs? Kijk hier.

Japan (3)
Ik ben niet groot en het formaat van mijn neus valt ook wel mee. Toegegeven, blonde haren zijn eerder zeldzaam in Japan. Toch veronderstelde ik dat ik niet als een curiositeit zou worden beschouwd. Trouwens, Japanners hebben al wel vaker Europeanen gezien.
En toch keek een aantal onder hen vreemd op van mijn verschijning. Zo werd ik tijdens het Japanse ontbijt in yukata plots omsingeld door vijf vrouwen die geen woord Engels spraken. Waar het ze om te doen was, werd snel duidelijk. Een voor een legden ze hun hand op mijn wang. Intussen kraaiden ze bewonderende woordjes. Iets van 'natuurlijk, mooi rood', gebaarden ze. Ik was een beetje verbouwereerd maar glimlachte beleefd terug. Zelfs om acht uur 's ochtends bleken mijn wangen veel meer kleur te hebben dan de Japanse kaken na uitgebreide schmink-sessies. Dat mijn gezicht na een looptochtje soms zelfs paars kleurt zonder dat ik me daarover zorgen maak, vertelde ik de dames maar niet. Misschien zouden ze zelfs daarom jaloers geworden zijn.

En dan was er die vriendelijke Japanse man met wie we onze laatste dagoptrokken. Hij had trouwens eerder als een beschermengel over ons gewaakt: hotels verwittigd dat we later konden zijn, ons verwittigd dat we op tijd moesten zijn, ... Toen ik hem eindelijk ontmoette, keek hij onmiddellijk diep in mijn ogen. "You have yellow eyes", stamelde hij. Vriendelijk corrigeerde ik hem en vertelde hem dat ze groen waren, niet geel. Hij keek nog eens goed en verzekerde me dat ze echt wel geel waren. Zoiets had hij nog nooit gezien. Opnieuw vertelde ik hem dat ze groen waren, maar hij week niet van zijn standpunt. Uiteindelijk bereikten we een compromis. Voortaan zijn mijn ogen 'the yellow side of green'.

zaterdag, maart 22, 2008

Japan (2)
Japan is druk. Elke minuut van de dag bewegen er duizenden gele mieren door de straten. Op weg naar hun werk, naar huis of de supermarkt.
Maar Japan is vooral luid. Niet omdat de duizenden mieren lawaai maken, maar omdat alle dingen spreken. De lift, die zegt dat de seuren zullen sluiten, de roltrap, die waarschuwt voor de laatste stap, de betaalautomaten, die vragen je kaart te verwijderen en je bedanken voor je betaling en de treinen die de hele tijd herhalen dat de deuren langs links zullen opengaan en dat de toiletten en de telefoon zich in de twaalfde wagon bevinden. Sprekende voorwerpen zijn er in Japan tot in het absurde. Zo roepen de uitgangen van de stations voortdurend dat zij de uitgangen zijn. Ziekenwagens schreeuwen dat er een ziekenwagen aankomt. En als een vrachtwagen - uiteraard met een mannelijke bestuurder - een manoeuvre uitvoert, vertelt een lieftallige vrouwenstem dat de wagen achteruit rijdt.
Maar als je uit deze drukte stapt en - bijvoorbeeld - een boekenwinkel binnenstapt, overvalt de rust je onmiddellijk. Daar wordt niet geroepen, gewaarschuwd of verteld. Daar wordt gezwegen en gelezen. Manga's, uiteraard. Met tientallen tegelijk.

woensdag, maart 19, 2008

Japan (1)
The full experience, daar gingen we voor. Of beter: daar ging ik voor. Hij had al experience genoeg, na tweeëntwintig keer Japan. Vakkundig dompelde hij me onder in het Japanse leven, geen enkel aspect sloegen we over.
Een greep uit the experience:
- Neem een trein in het drukste station ter wereld (check)
- Proef okonomiyaki (check)
- Verander voortdurend van sloefjes (check)
- Bezoek vier (voormalige) hoofdsteden (check)
- Drink sake (check)
- Ga daarna naar de karaoke (check)
- Aanschouw diagonale zebrapaden (check)
- Maak gebruik van een diagonaal zebrapad (check)
- Beklim een wolkenkrabber (check)
- Geniet van sushi (check)
- Bewonder geisha's (check, of waren het maiko's?)
- Eet een groene-thee-ijsje (check)
- Neem een shinkansen (check)
- Bezoek minstens dertig tempels (check)
- Wees getuige van een heus Japans spektakel (check)
- Luister naar de boer-, slurp- en snuifgeluiden (check)
- Slaap op een tatami (check)
- Bewonder de Japanse mode (check)
- Proef shabu-shabu (check)
- Eet tempura (check)
- Maak gebruik van de Japanse baden (check)
- Zoek de verschillen tussen de monddoekjes (check)
- Geniet van een Japans ontbijt (check)
- Bezoek een pachinko (check)
- Lees een manga (check)
- Kijk op straat naar een metersgroot beeldscherm (check)
- Proef van de sashimi (check)
- Bewonder het hoogst efficiënte en goed georganiseerde spoorwegnet (check)
- Werp een blik op de tuinen (check)
- Maak een bergwandeling (check)
- Maak een ritje op de monorail, de kabelbaan en het bergtreintje (check)
- Bezoek een Japans appartement (check)
- Trek een yukata aan (check)
- Beweeg je als een gele mier door Tokyo (check)
- Bewonder Mount Fuji (check, al was het op het nippertje)
- Adem vulkanische gassen in (check)
- Ga op zoek naar kersenbloesems (check)
- Bekijk sumo-worstelaars (check)
- Drink sloten groene thee (check)
- Vergaap je aan straten vol neon (check)
- Roep 'sumimasen' in een restaurant (check)
- Aanschouw de nieuwste technische snufjes (check)
- Eet unagi (check)
En dan waren er ook nog de stokjes, de geluiden, de vrienden en de duizenden camera's. Zoveel te zien, zoveel te proeven, zoveel te horen, zoveel te genieten.

vrijdag, maart 07, 2008

En nu
ben ik echt weg!
Vliegen en plukken,
dat ga ik doen.

dinsdag, maart 04, 2008

Goed nieuws
“Hé Nele!”
Ik was mijn fiets aan het losmaken toen ik mijn naam hoorde roepen doorheen de drukke winkelstraat. Ik draaide me om en zag vriendin L. druk zwaaiend mijn richting uitstappen. ’t Was leuk haar weer eens te zien, intussen was het alweer een tweetal maanden geleden dat we elkaar hadden gesproken.
Ik liep naar haar toe. Nog voor we goed en wel bij elkaar stonden, vertelde ze opgetogen dat ze zwanger was. Zwanger, vriendin L., eindelijk. Dat was heel mooi nieuws. Ik was zo blij voor haar dat ik haar spontaan omhelsde – en dat doe ik echt niet vaak. Haar zwangerschap was helemaal niet vanzelfsprekend. Er had zich ooit een enge ziekte genesteld in haar lichaam. Maar nu groeide er nieuw leven in datzelfde lichaam. Alle genadeloze behandelingen hadden haar moederwens en vruchtbaarheid dan toch niet klein gekregen. Zo mooi, zo goed.
“En hoe is het met jou?” vroeg ze later.
Ik vertelde over Japan. Nu was het haar beurt om enthousiast en blij te reageren.
“We zouden elkaar elke week moeten zien, we kunnen elkaar immers enkel goed nieuws vertellen.”

zondag, maart 02, 2008

Boek
Al zolang ik het mij herinner, ligt er in de boekenkast van mijn ouders een heel bijzonder boek. Vroeger konden we het niet zelf uit de kast nemen, zo zwaar is het. En groot is het ook. Wordt het bovengehaald, moeten we steeds een stuk van de tafel vrijmaken om het te kunnen leggen.
Alleen bij speciale gebeurtenissen namen we het boek ter hand. Dan verzamelde de hele familie zich errond en werd er verteld en gemijmerd. Over verre stranden, onbekende steden en nog te ontdekken streken. 'Grand atlas du monde', prijkte er in gouden letters op de kaft.

In de zomervakantie haalden we het boek steevast te voorschijn. Vaak bekeken we het samen met de buitenlandse gasten die ieder jaar bij ons logeerden. Met Elena zochten we naar haar geboortestadje in Cuba, Christian en Gilka toonden ons dat La Paz aan het Titicacameer ligt en Sancha uit Indonesië duidde aan waar we steeds welkom waren.
Ook als een van ons een verre reis ondernam, haalden we het boek uit de kast. Toen mijn zusje ook echt naar Indonesië ging bijvoorbeeld. Of we zochten op hoe ver Plymouth wel niet verwijderd is van Londen. En we ontdekten dat Marokko eigenlijk op de hoek van Afrika ligt.

Al zijn de grenzen van Rusland en Servië inmiddels al tien keer hertekend, die grote atlas blijft een onweerstaanbare aantrekkingskracht uitoefenen. Want als hij uit de kast mag, halen we meteen een sprankel vakantie in huis.

woensdag, februari 27, 2008

Japan, deel 2

Dit is ook mijn eerste opdracht voor de cursus columns schrijven.

Of ik niet naar Japan kwam, vroeg hij. Vriend T. lachte. Hij besefte ook wel dat zijn vraag redelijk absurd was. Want eigenlijk bedoelde hij: vlieg volgende week naar de andere kant van de wereld. Hij kon een ticket krijgen, zomaar. Gratis. Voor niets. Zijn werkgever hield hem nu al zo lang in Japan dat hij recht had op gezelschap van thuis. En dus belde hij zijn vrienden en deed hij hen een fantastisch maar absurd voorstel. Alle partijen wisten dat zijn aanbod een vergiftigd geschenk was. Wie kan zich immers zo snel vrijmaken om voor een weekje naar Japan te vliegen?

Ik niet, dat wist ik meteen. Onmogelijk. Ik ben immers belangrijk. Ik kan niet worden gemist. Het is veel te druk op het werk. Er zomaar een weekje tussenuit knijpen, dat kan niet. Dat zou onverantwoord zijn. De deuren achter me dichttrekken en mijn collega’s met alle werk opzadelen, dat mag niet. Ik zou mezelf niet langer recht in de ogen durven te kijken. Dat ik omwille van mijn werk een gratis reis naar Japan moet laten schieten, mag me niet deren. Ik kan er zelfs geen spijt van hebben. De plicht roept. Altijd.

Maar is dat wel zo, vroeg ik me plots af. Kunnen we echt niet worden gemist? Zijn we wel zo belangrijk? Wie dicteert ons dat we er niet even mogen uitstappen? En maakt ons dat gelukkiger, altijd mooi in de pas te lopen? Kunnen we dan nooit genieten van het onverwachte? Misschien moeten we geboden kansen af en toe gewoon grijpen. Misschien moeten we ons grote verantwoordelijkheidsgevoel zo nu en dan opzij zetten. Misschien moeten we af en toe niet alleen met de anderen inzitten. Wie weet denken we soms het best ook eens uitsluitend aan onszelf. En moeten we geluk plukken als het komt aanfladderen. Zomaar. Gratis. Voor niets.
Volgende week vlieg ik naar Japan. Ik ga het geluk plukken.

zondag, februari 24, 2008

Kans
En plots gaat je telefoon en heb je vriend T. aan de lijn. Dat is op zich al verrassend, vriend T. vertoeft deze dagen immers in Japan. Maar het nieuws dat hij bracht, was nog veel verrassender.
"Van mijn baas krijg ik een vliegtuigticket van België naar hier", zei hij. "Ik blijf nu zo lang in Japan, dat ik recht heb op gezelschap van thuis. Heb je zin om te komen, begin maart?"
Verbouwereerd was ik. Natuurlijk had ik zin. Maar meteen wist ik dat het niet mogelijk was. Te druk op het werk, geen reispas, de cursus die ik volg, de belangrijke gesprekken de komende weken. Ik vloekte binnensmonds, geen Japan voor mij. Voorlopig moet ik het doen met de boeken van Murakami en de verhalen van vriend T. Spijtig.

vrijdag, februari 22, 2008

Dingen waaraan ik deugd had:
- de eerste teug frisse lucht na twaalf uur onafgebroken in een bedompt bureau;
- de kat die spinnend op mijn buik ligt;
- lieve mailtjes van vrienden;
- ronduit kunnen zeggen wat ik denk zonder honderd keer in mijn hoofd na te gaan wat de gevolgen zouden kunnen zijn van wat ik zou kunnen zeggen;
- korte maar intense (msn)gesprekjes;
- een stap verder in de richting van een goed vooruitzicht;
- mijn bed.

Dingen waarop ik vloekte:
- de werken in mijn straat: niet alleen worden er huizen en appartementsblokken gebouwd, ook de aansluiting op de waterleiding wordt vanaf zes uur ’s morgens vernieuwd;
- luie mensen;
- een koude oorlog, voorlopig zonder staakt-het-vuren;
- de kat die vijftig rode papieren servetten verhakkelde en verspreidde doorheen mijn woonkamer;
- treinen die werden afgeschaft.

dinsdag, februari 19, 2008

Verrassing
Er lag een cadeautje bij mijn post toen ik vanavond thuis kwam. Ingepakt in vrolijk oranje cadeaupapier. Met gele bollen.
Ik dacht na. Geen verjaardag, geen valentijn en geen cadautje van mijn moeder. Ze had dat al eens eerder gedaan, zomaar een cadeautje in mijn brievenbus gedropt. Maar vandaag is ze redelijk immobiel, dat zou haar nu niet lukken.
Het was ook geen postpakket, bedacht ik me. Dus het pakje moest van iemand zijn die ik ken. Plots wist ik het. Vriendin E. Ik had haar 'De vliegeraar' uitgeleend. Misschien had ze het feestelijk teruggebracht.
Er zat inderdaad een boek in het pakje, maar het was 'De vliegeraar' niet. 'De laatste keer' van Kristien Hemmerechts, las ik op de kaft. En er zat een briefje bij. Van Miss Puntkomma, via de Blindeboekenruil van Kruimel. Zij blijkt hier letterlijk om de hoek te wonen. Misschien liep ik haar eerder al eens tegen het lijf bij de bakker of in de krantenwinkel. Of misschien gebeurt dat in de toekomst ...

woensdag, februari 13, 2008

Poezenlog
Ze was er niet maandagavond, mijn kat. Niet toen ik thuis kwam van het werk om half zeven en nog steeds niet toen ik om iets voor elf terugkeerde van de film. Het was de eerste keer in meer dan anderhalf jaar dat Pixel niet verscheen op de afspraak. Want een afspraak, die hebben we. Ik laat haar ’s morgens buiten en zij komt ’s avonds opnieuw binnen als ik ‘pssst pssst pssst’ prevel in mijn tuintje. Tot maandag werkte die afspraak perfect.

Maar maandagavond maakte Pixel een einde aan onze overeenkomst. Ze was nergens te bespeuren. Ik ‘pssst pssst pssst’-te zeer nadrukkelijk, ik tuurde uit het raam op de tweede verdieping en ik liet de deur een beetje open staan. Maar het hielp niet. Geen kat te zien.
Doemscenario’s schoten door mijn hoofd. Ze vond de weg niet meer. Ze was overreden. Ze zat ergens opgesloten. Ik nam me alvast voor zaterdag naar het asiel te gaan mocht ze dan nog niet terug zijn. Om half twaalf besloot ik een wandelingetje te maken in de buurt. Ik tuurde naar de daken – haar geliefkoosd speelterrein, en staarde naar het asfalt – doemscenario nummer twee. Geen poes te zien. Uiteindelijk kroop ik ongerust in mijn bed.

Pas ’s morgens verscheen ze opnieuw. Alsof ze nooit was weggeweest. En ik, ik voelde me een beetje belachelijk. Natuurlijk kan een kat 24 uur zonder eten. Natuurlijk vindt een kat het leuk zo’n lange tijd buiten te blijven. En natuurlijk had Pixel me niet gemist. Maar ik heb onze afspraak ook opgezegd. Tot nader order blijft ze binnen. Nah.

zondag, februari 10, 2008

Bol
«Zien jullie niets aan mij?» vroeg ze.
We hadden inderdaad iets aan haar gezien. Anderhalve maand geleden al. Toen hadden we zelfs heel voorzichtig gevraagd of we iets mochten zien, maar die vraag wimpelde ze af. En dus besloten we dat er aan haar niets te zien was.
Verkeerd, zo bleek vandaag. Haar buikje en bolle wangen kon ze nu echt niet meer wegstoppen.
«Ik ben al elf kilo bijgekomen», verklaarde ze.
Eindelijk mochten we haar proficiat wensen.

zaterdag, februari 09, 2008

Brood
Te verkrijgen bij mijn bakker: een knuffelbol.

donderdag, februari 07, 2008

Hoofd
In mijn hoofd maak ik ruzie. Ik zeg hem dat het echt niet goed is. Dat hij zijn best moet doen en de wil moet tonen er iets goeds van te maken. In mijn hoofd luistert hij niet naar mijn boze woorden. Nog voor ik uitgesproken ben, heeft hij tal van argumenten klaar. Dat hij van niets weet. Dat hij het zo niet bedoelde. Dat hij zo weinig tijd heeft. In mijn hoofd roep ik tegen hem dat zijn argumenten waardeloos zijn. En in mijn hoofd weet ik dat het allemaal niet helpt, geen enkel argument zal hem veranderen.

maandag, februari 04, 2008

Trein
Hij was veel ouder dan het het meisje naast hem, maar te jong om haar vader te zijn. Hij was pafferig dik, zij een schoonheid. Bezitterig legde hij zijn grote rechterheid op haar dij. Zij negeerde hem en keek uit het raam, weg van hem. Triomfantelijk keek hij door de wagon, alsof we allemaal jaloers op hem moesten zijn. Maar ik had medelijden met hem. En nog meer met haar.

donderdag, januari 31, 2008

Kopzorg
Wolkenkrabbers worden wakker: zuilen, wij aan-
gevreten door licht, overeind in nostalgie, hoop

en woede, vet van beschaving. De lucht vol

haastige indrukken van tijd. Waarom wil
iedereen altijd de eerste zijn, zonder builen?

Bumper aan bumper staan ambities in de file
van ochtendrood. Digitale klokken schokken voort.

Waarom komt taal altijd te laat op werkelijkheid?

Geblutst blijf ik hangen aan de rekstok van een gedicht,
de kniezwaai van grootsteeds geluk oefenend.

Mark van Tongele

woensdag, januari 30, 2008

Pasen
- Ik heb al paaseitjes gezin in de winkels.
- Ik ook. En ik heb er zelfs al gekocht.
- Nee. Dat doe je toch niet, paaseitjes kopen in januari!
- Ze zijn lekker. Zwarte chocolade met een volledige hazelnoot erin.
- Ik vind dat dat niet kan, paaseitjes in januari.
- Maar ik kan daar erg van genieten. Ik zuig op de chocolade tot ik de hazelnoot proef.
- Het is je geraden dat je ervan geniet!

Vrees
Af en toe moet je springen. Niet stapje voor stapje het koude water in maar meteen in het diepe. Omdat het je scherp houdt, omdat je er rijker van wordt.
Maar af en toe moet je helemaal het water niet in. Dan blijf je het best aan de kant zitten. In de vertrouwde, aangename warmte.
Want het koude water deelt soms rake klappen uit.

maandag, januari 28, 2008

Mannen
Oma bedankte me omdat ik naar haar gezaag had geluisterd. Ik zei haar dat ik niet vond dat ze zaagde, ze had net heel boeiend verteld. “Binnenkort kan ik een boek schrijven over je leven”, schertste ik. Dat boek komt er nog niet, maar een stukje kan geen probleem zijn.

Dat ze zoveel mannelijke aandacht had gekregen, was me volledig ontgaan. Ja, ze had al eens verteld over haar eerste lief. Dat hij niet langer geïnteresseerd was toen hij vernam dat ze misschien geen kinderen kon krijgen. En het verhaal van haar eerste man, dat kende ik ook. En natuurlijk wist ik dat ze als weduwe van veertig en moeder van twee (toch wel) met mijn grootvader was getrouwd. Maar over alle andere mannelijke aandacht, had ze me nooit iets verteld. Tot gisteren.
Tien jaar woonde oma als jonge weduwe bij een nonkel. Af en toe was er een man die interesse toonde, maar heel ver ging dat nooit. Behalve bij Gastonneke. Een avond per week brachten ze samen door. Dan babbelden ze wat of speelden een spelletje, maar daar bleef het bij. Al had hij dat wel anders gewild. “Hij droeg mij op handen”, mijmerde ze. “Maar ik voelde niet wat ik moest voelen en dus kregen we geen verkering.” Zo simpel was dat. “Eigenlijk was hij een beetje zielig”, vervolgde ze. “Hij mankte en kon slechts met één voet kracht zetten op de pedalen van zijn fiets.” Dat was niet de reden van haar weigering, zo goed ken ik mijn grootmoeder wel. “Het gevoel was er gewoon niet. Bij je grootvader voelde het wel goed. Toen ik hem net had ontmoet, heb ik Gastonneke opgezocht. Ik vond dat ik dat moest doen. Hij was heel verdrietig en huilde. Nu is hij al lang dood.”
Zo werd oma niet de vrouw van een man die ooit aan kinderverlamming leed maar de echtgenote van mijn grootvader, een weduwnaar en vader van acht.

zaterdag, januari 26, 2008

Aan de telefoon
- Hallo met XXX.
- Dag oma, met Nele.
- Het is niet waar.
- Wat is niet waar?
- Dat jij het bent. Ik had net mijn adresboekje genomen om je te bellen.
- *lach* Maar ik was eerst.

donderdag, januari 17, 2008

Nieuws
Gisteren was een fantastische dag. Leuke berichtjes en goed nieuws volgden elkaar in snel tempo op. Ik kreeg een mooi aanbod voor een zomerse vakantie met vrienden en ontving een uitnodiging voor een leuk avondje. Even later deed iemand mij een verrassend aanbod waarover ik hard moet nadenken en niet al te veel kwijt kan. Toen ik later thuis kwam, vond ik mijn afrekening van mijn energieleverancier. Bijna 500 euro gaan ze op mijn rekening storten. (Dat ze me al die tijd veel te veel aanrekenden, vergeet ik nu even.) En dan was er ook nog E. met wie ik een leuk gesprekje had. Zo veel leuke dingen op een gewone dag, ik stond er versteld van.
Maar vandaag is een andere dag. Dat werd mij al heel vroeg duidelijk. Vanmorgen viel ik van de trap. De beurse plekken op mijn rechterarm, -been en -voet beloven niet veel goeds voor de rest van de dag.

dinsdag, januari 15, 2008

Leeftijd
De oogarts praatte met een licht zuiders accent. Ook haar naam verraadde haar buitenlandse roots. Wat ze zei, klonk charmant, maar ik moest me inspannen alles juist te verstaan.
"Je ziet er echt veel jonger uit dan je bent", klonk het aan het eind van het consult.
Stilaan ben ik oud genoeg om dat als een compliment te beschouwen. Dat deed ik dan ook.
"Geen enkele rimpel, een heel gaaf gezicht, je lijkt echt veel jonger."
Nogmaals aanvaardde ik het compliment. Maar dat was snel voorbij.
"Ja, je hebt een echt babyface."
Ik hoorde wel dat ze het als compliment bedoelde, maar deze keer vatte ik het anders op.

Lach
Ik zag het wel. Hij lachte. Niet slinks, maar openlijk. En hij had gelijk. Ik zou net hetzelfde hebben gedaan.
Het was zondagavond, 11 uur. We wachtten op een trein die ons naar huis zou brengen. De stoptrein was al aangekondigd maar had vertraging. Minstens vijf minuten.
Mijn zus en ik hadden besloten de tijd nuttig in te vullen. Ik leerde haar een dansje. Wiebel, wiebel, rechts over, rechts naast, over, draai, stop, klonk het. En deden we.
Hij zag het en lachte.

maandag, januari 14, 2008

Grenzen
Twee minuten deden we erover om grens over te steken. De veerpont bracht ons in een mum van tijd van de industrie en vergane glorie van Antwerpen naar de verstilde natuur in Oost-Vlaanderen. In het nieuwe land konden we ademen. We genoten van de stilte, wandelden op dijkjes en langs slootjes en dronken heerlijke thee en chocolademelk. De andere kant van deze grens bleek een klein paradijs.
Later die dag bewaakte ik een grens. Mijn grens. Het meisje op het podium zat aan mijn vel, keek in mijn hoofd en verbruikte al mijn lucht. Ademen werd moeilijk. Maar ik liet haar niet toe al mijn gedachten te lezen, al mijn twijfels te verwoorden. Mijn verzet hielp. Zij bleef aan haar kant van de grens, mijn hoofd en hart bleven van mij. Maar haar woorden en spel zinderden nog lang na. Ze had haar gevonden, mijn grens.

vrijdag, januari 11, 2008

Intiem
Mijn poes houdt van aandacht. Veel aandacht. Kom ik ’s morgens beneden, wil ze eerst uitgebreid geknuffeld worden. Kom ik ’s morgens beneden, wil ik eerst naar het toilet. Boven is immers geen toilet. maar we kunnen onze wensen best combineren. Elke morgen zit ik met mijn kat op schoot op de pot. Een intiem moment voor ons alle twee.

Ontmoeting
De twee mannen zaten tegenover elkaar in de trein. Ik had een goed zicht op de oudste man, van de jongste man ving ik slechts af en toe een blik op. Hun gesprekken daarentegen bereikten mij niet. Het leken onopvallende doorsnee pendelaars, gewoon twee mannen die de kaap van de veertig hadden overschreden. Af en toe dwaalden mijn ogen door het treinstel, maar het stel was zo kleurloos dat mijn blik zelden op het tweetal bleef hangen. Dat veranderde toen de mannen aanstalten maakten om uit te stappen. Ze stonden op en trokken hun jas aan. Een knaloranje exemplaar van Wofskin. Allebei. Alsof ze een overjarige tweeling waren.

dinsdag, januari 01, 2008

Dingen
die ik me deze dagen wel eens afvraag
- waarom het me maar zelden lukt ongeremd gelukkig te zijn,
- hoeveel naalden mijn kerstboom heeft,
- en of 384 stofzuigbeurten volstaan om ze op te zuigen,
- waarom het zo moeilijk is mensen te ontmoeten,
- waarom het plots wel lukt - echt te luisteren, echt te praten - ,
- hoe het komt dat je op voorhand altijd denkt dat je te weinig eten hebt en achteraf altijd blijkt dat je tien man extra had kunnen uitnodigen,
- waarom ik erg giechelig word als ik te veel heb gedronken,
- of giechelig wel een echt woord is.

Dingen
die ik me deze dagen wel eens voorneem
- voortaan bij elke slag met mijn hoofd onder water te gaan als ik schoolslag zwem,
- meer mensen te ontmoeten,
- het niet erg te vinden als ik er niet in slaag echt te ontmoeten,
- volgende kerst een boom met minder naalden aan te schaffen,
- gelukkiger te zijn,
- meer te giechelen.

woensdag, december 26, 2007

Kerst
Je laat niet iedereen in je omgeving ogenblikkelijk weten dat je relatie voorbij is.
Gevolg: je krijgt kerstkaartjes gericht aan jezelf en de man van wie je al zes maanden geen letter hebt gehoord.
Pijnlijk, maar ook: eigen schuld, dikke bult.

maandag, december 24, 2007

Nieuws
Van het station recht naar huis, dat was het plan. Maar het draaide anders uit. In de trein kreeg ik een sms met groot nieuws. Gevolg: ik fietste langs de winkelstraat en mengde me in het strijdgewoel. Ik wist wat ik wilde, maar kon het niet onmiddellijk vinden. "Sorry, we hebben de laatste tijd nogal veel verkocht", vertelden ze me in de gespecialiseerde winkel. Dan maar naar de iets minder gespecialiseerde winkel. Daar vond ik onmiddellijk wat ik zocht. Een kwartier aanschuiven later, kon ik met mijn cadeautje naar huis. De winkeljuf had mijn aankoop al ingepakt toen ik opmerkte dat het papier weinig toepasselijk was: witte kerstbomen op een blauwe achtergrond. Onder de kerstboom zal dit cadeautje nooit liggen. Er zijn deze dagen immers andere dingen te vieren. Grootsere dingen. Gisteren werd Anna geboren, binnenkort ga ik haar bewonderen.

vrijdag, december 21, 2007

Trein
De trein reed tergend langzaam. Ik had me als derde op een bank voor 2,5 geperst. Mijn moeder had een eindje verder het laatste vrije plaatsje bemachtigd.
De moeder en dochter tegenover me waren er wel in geslaagd naast elkaar te zitten. Maar het schouwspel dat zij opvoerden, maakte de rit voor ons de moeite. Het waren dames van de wereld met hippe tasjes, lang bruin haar en opgemaakte lippen. En ze praatten de hele tijd. Ik verstond geen jota van wat ze zeiden, ze brabbelden een of ander Oost-Europese taal. Maar de dochter had iets nodig van haar moeder, dat was duidelijk. De dochter had de rechterarm van haar moeder zachtjes maar dwingend vast. Ze bleef ijveren. Tevergeefs. De moeder onderbrak haar telkens in korte, besliste zinnen. En terwijl ze de smeekbede van haar dochter aanhoorde, kauwde de moeder voortdurend op haar kauwgom. Met open mond, inclusief geluid. En af en toe blies ze een grote, volmaakt ronde bel.
Ondenkbaar dat ik op dezelfde manier naast mijn moeder had gezeten. En dat is maar goed ook.

maandag, december 17, 2007

Kerst
- Woon jij in een stad?
- Euh, ja.
Ik had geen idee waar het gesprek naartoe ging.
- Weet je waar ze kerstbomen verkopen in een stad?
Dat leek me een makkelijke vraag.
- Op kerstmarkten en in bloemenwinkels.
- Ah, dankjewel. Ik had geen idee waar ik een kerstboom kon vinden.
- Maar heb jij een auto?
- Nee.
- Ik ook niet. En dat vind ik het moeilijkst: de kerstboom thuis krijgen.
Ik besefte dat ik geluk had. Mijn vader leverde mij een exemplaar van 2,5 meter aan huis. Op de fiets.

zaterdag, december 15, 2007

Studiedag (2)
Het was inderdaad niet altijd even boeiend wat de sprekers te vertellen hadden. Ze discussieerden, herhaalden zichzelf en draaiden om de hete brij heen. Mijn gedachten dwaalden af. Mijn blik ook. Door het raam zag ik hoe een merel vlakbij rondscharrelde. Hij schraapte met zijn pootjes tussen de stenen en af en toe pikte hij iets op. Hij trippelde tot vlak bij het raam. Met zijn kop schuin keek hij heel geïnteresseerd naar binnen. Maar in mijn blikveld was hij het boeiendste gebeuren.

Voornemens
voor vandaag
- onder geen beding autorijden (deed ik vorig jaar wel op deze dag)
- bloemen kopen voor mezelf
- de kerstboom versieren
- niet te veel nadenken
- mijn boek uitlezen

Studiedag (1)
Hij vroeg of de plaats naast me nog vrij was. "Geen probleem." Hij ging zitten en verorberde onmiddellijk zijn warme broodje.
"Wat vond je van deze voormiddag?" vroeg hij.
Ik wist niet wie hij was of wat hem op deze studiedag bracht. Daarom antwoordde ik heel vaag.
"Ik vond het wel goed. Maar de eerste spreker was weinig concreet."
Onmiddellijk kreeg ik reactie.
"Het was slecht. Het sloeg nergens op. Tegen de laatste spreekster heb ik gezegd dat ze moest ophouden met lullen. Niemand weet hier hoe het echt is."
Nu wist ik wat voor vlees ik in de kuip had. Ik zuchtte inwendig en hoopte dat de lunch snel voorbij zou zijn. Hij zou niets positief zeggen. Hij zou alles in zijn voordeel proberen te draaien. Ik ben niet opgewassen tegen zulke mensen. Ik heb de moed niet om hun redeneringen te weerleggen, ik ben niet mondig genoeg om ze onder de tafel te praten.
De lunch duurde anderhalf uur. Ik kreeg gelijk, het waren negentig lange minuten.

woensdag, december 12, 2007

Cadeautjes
waar ik geen boodschap aan heb...
- nieuwe stoffen zakdoeken met mijn initialen
- de nieuwe cd van Frans Bauer
- een nieuwe stofzuiger
- de complete pokerhandleiding
- een eierkoker
- de volledige dvd-box van Familie (seizoen 1 tot 15)
- een gps
- een flanellen pyama

maandag, december 10, 2007

Dansen
Hij was er al langer, maar pas toen hij even langer naar mij keek, herkende ik hem. En hij mij. Door de volle baard en de ettelijke kilo’s extra schemerde de jongen van twaalf jaar geleden. Zijn blik was nog steeds hetzelfde, zijn maniertjes ook. Zijn naam flitste door mijn hoofd. De herinneringen ook. Ik had niet gedacht hem ooit terug te zien. Misschien had ik zelfs gehoopt hem nooit meer terug te zien. Uit schaamte voor het meisje dat ik twaalf jaar geleden was.
Hij schreef gedichtjes voor me, ik wist amper wie hij was. Hij vroeg me om samen naar het eindejaarsbal te gaan, ik liet hem een hele avond alleen.
Dit weekend hebben we samen gedanst, maar de schaamte bleef.

vrijdag, december 07, 2007

Afscheid
’s Morgens stappen we samen uit de deur. Mijn buurman uit de zijne, ik uit de mijne. We knikken naar elkaar. Ik knip mijn lichtjes aan en stap op mijn fiets. Hij laat de motor van zijn auto even draaien en geeft gas.
Ik draai de hoek om en hoor hoe ook hij afslaat. Hij blijft braaf achter mij. Dan wordt de straat breder en steekt hij me voorbij. Hij zwaait. Ik zwaai.
Ik trap flink door. Even rijden er geen auto’s, daarna kruis ik een druk kruispunt. Opnieuw steekt zijn auto me voorbij. Hij zwaait, ik zwaai.
Een eindje verder wordt de straat terug erg smal. Ik laveer tussen de geparkeerde auto’s en de voetgangers. Zijn auto doemt op in de verte. Hij staat aan te schuiven aan het volgende kruispunt. Ik flits hem voorbij. Hij zwaait, ik zwaai. Een laatste keer. Hij slaat af naar links, ik ga naar rechts.

woensdag, december 05, 2007

Bal
Hij leeft in een grote plastic bal. Dat is zijn wereld: afgebakend door dikke, gele wanden.
Als hij goed luistert, hoort hij wat er om hem heen gebeurt.
Als hij aandachtig kijkt, ziet hij wat er gaande is.
Als hij schreeuwt, kan de buitenwereld hem horen. Net, ze horen hem wel, maar verstaan niet wat hij te zeggen heeft. Meestal heeft hij geen zin om te luisteren en is hij te moe om te kijken. En schreeuwen, daarvan wordt zijn stem helemaal schor. Dat doet hij liever niet. Daarom zwijgt hij en houdt hij zijn ogen gesloten. Zo maakt hij zijn wereld nog een beetje kleiner. Maar dat is niet wat hij wil. Beetje bij beetje rolt hij zijn bal vooruit. Hij is op zoek naar een scherpe doorn. Kleine gaatjes in zijn bal, daar droomt hij al jaren van.

zondag, december 02, 2007

En soms
Soms dan kriebelt het.
Dan is schrijven te veel werken.
Dan is echt schrijven iets uit een ver verleden.
Dan is er zoveel dat niet geschreven werd.
Te veel.

maandag, februari 12, 2007

Het is tijd.
Het is voorbij.

zaterdag, februari 10, 2007

Girl
From in the shadow she calls and in the shadow
she finds a way finds a way and in the shadow
she crawls clutching her faded photograph
my image under her thumb
yes with a message for my heart yes
with a message for my heart
she's been everybody else's girl
maybe one day she'll be her own
everybody else's girl maybe
one day she'll be her own
and in the doorway they stay and laugh
as violins fill with water screams from the bluebells
can't make them go away
well I'm not seventeen
but I've cuts on my knees falling down
as the winter takes one more cherry tree
rushin' rivers thread so thin limitation dreams
with the flying pigs turbid blue
and the drugstores too safe in their coats
anda in their do's yeah smother in our hearts
a pillow to my dots
one day maybe one day
she'll be her own
and in the mist there she rides
and castles are burning in my heart
and as I twist I hold tight
and I ride to work every morning
wondering why "sit in the chair and be good now"
and become all that they told you
the white coats enter her room
and I'm callin' my baby callin' my baby
callin' my baby callin'
everybody else's girl
maybe one day she'll be her own

Tori Amos

donderdag, februari 08, 2007

Mobiel
Op het perron tokkelde een deftige man naarstig een sms’je op zijn gsm. Een blik en ik wist genoeg. Ik had medelijden met de man. Ongetwijfeld besluit zijn gsm meermaals per dag op de meest cruciale momenten plots dood te gaan en houdt de batterij het amper 24 uur vol. Maar ik was vooral blij. Ik word niet langer geconfronteerd met een gsm die uitvalt op het moment dat ik de telefoon opneem of wanneer ik een berichtje heb getikt en op de knop ‘send’ duw. Ik heb mijn exemplaar – dezelfde als die van de deftige man – eindelijk ingeruild voor een nieuw exemplaar. Van een ander merk, uiteraard.

donderdag, februari 01, 2007

Brief
Gisteren zat er een echte brief bij de rekeningen. Twee handgeschreven vellen, helemaal uit Helsinki. Als een kind zo blij was ik met mijn brief. Het moet jaren geleden zijn dat ik nog eens een echte brief ontving. En het zal even lang geleden zijn dat ik zelf nog een papieren exemplaar buste.

maandag, januari 29, 2007

Wroeging
Of hoe mijn poes de buurman koffie leerde zetten
Ik had een beetje wroeging. Het moest intussen al bijna tien keer zijn gebeurd en ik wist dat het nog zou gebeuren. Nog meer wroeging. Er moest een oplossing voor komen. Kon het niet voor het onderliggende probleem, dan toch voor mijn wroeging.
En dus bakte ik zaterdagavond een wroeging-cake. Zondagochtend pakte ik het baksel goed in, trok mijn voordeur achter me dicht en belde aan bij de buren. “Alstublieft”, zei ik. Mijn buurman lachte en nam mijn cake aan. Ik legde uit waarom ik de cake had gebakken. Dat ik mij ongemakkelijk voelde, dat ik hen te veel had gestoord, dat ik geen controle had over mijn kat. (Natuurlijk niet, katten zijn eigenwijze beestjes.)
Dat zit zo. Pixel – de kat in kwestie – houdt ervan om op de daken van de omliggende huizen en tuinhuizen rond te struinen. Dat kan ik haar niet verbieden, Pixel is een jonge kattin en moet regelmatig haar teveel aan energie kwijt. Natuurlijk gaat haar territorium verder dan de daken en tuinmuren, geregeld springt ze van een muur naar beneden, een tuin in. Dankzij opstapjes als bomen, struiken en waterreservoirs, kan ze opnieuw uit de tuin. Niet zo bij mijn Joegoslavische buren. Ze wonen er nog maar sinds november en hun tuin is een kale vlakte. Toch springt Pixel geregeld van het tuinmuurtje naar beneden. Mijn buren hebben immers twee konijnen. Zeer interessant, aldus Pixel. Als ze is uitgekeken op de konijnen en ze wil terug naar huis, ontdekt ze dat dat niet lukt. De muren zijn te hoog, Pixel is te klein. Klagelijk miauwen is het gevolg. Mij rest niets anders dan bij de buren aan te bellen en te vragen of ik mijn kat uit hun tuin mag plukken. Dat mocht al bijna tien keer. Dan loop ik doorheen heel het huis, open de achterdeur en til mijn uitgeputte kat op. Samen gaan we naar huis.
En dat leverde mij dus wroeging op. De buurman was blijkbaar blij met mijn wroeging en vroeg of ik niets wilde drinken. Ik twijfelde, maar ging toch op de uitnodiging in. Kwestie van de buren beter te leren kennen. Hij vroeg of ik iets wilde drinken. “Koffie of wil je iets anders?” Zijn vrouw was nergens te bekennen. Hoewel ik geen koffiedrinker ben, stemde ik toe. Hij verdween naar de keuken en bracht me een kopje koffie. We keuvelden wat, zijn vrouw voegde zich bij ons. Ook zij dronken een kopje koffie en aten een stukje wroeging-cake. Af en toe babbelden ze onverstaanbaar onder elkaar. De buurman draaide zich naar mij: “Ik vertelde aan mijn vrouw dat ik zonet voor het eerst in mijn leven koffie heb gemaakt.” En hij was lekker ook.

vrijdag, januari 26, 2007

Bijna
Het sneeuwt.
Nee
Het dwarrelt.

Echt
Eef is aanwezig. Af en toe bewegen haar lippen en ontsnappen er klanken uit haar mond. Ze draait haar hoofd naar de spreker. Ze glimlacht als dat van haar verwacht wordt. Maar haar handen liggen werkloos in haar schoot en haar blik is leeg. Ze denkt na. Ik heb mijn grenzen niet genoeg bewaakt, denkt ze. Ik heb te veel compromissen gesloten. Er blijft te weinig van mezelf over. Ik heb al te vaak over me heen laten lopen. Eef lacht niet meer. Langzaam biggelt een traan over haar wang. De echte Eef is al maanden afwezig.

donderdag, januari 25, 2007

Keukengeheimen
Vriendin T.: “Is dat niet moeilijk, chocomousse maken?”
Vriendin M.: “Nee hoor.”
Vriendin T.: “Maar moet je daarvoor geen eiwit stijf kloppen? Dat vind ik altijd zo omslachtig met dat vork. Ik krijg mijn eiwitten trouwens nooit helemaal stijf.”
Vriendin M.: “Met een vork? Heb je geen mixer?”
Vriendin T.: “Een mixer? Ik wist niet dat je daarvoor een mixer kon gebruiken.”
Vriendin M.: “Natuurlijk. Geen staafmixer hé, maar die kloppertjes. Heb je die niet?”
Vriendin T.: “Jawel.”
Vriendin M.: “Daarmee kun je heel makkelijk eiwitten stijf kloppen.”
Vriendin T.: “Ooh.”

Vijf minuten later.
Vriendin K.: “Hoe weet ik of het water kookt?”
Vriendin M.: “De waterkoker zal wel uitspringen dan.”
Vriendin K.: “Maar dat duurt zo lang.”
Vriendin M. inspecteert de waterkoker.
Vriendin M.: “Hij stond niet aan. Je moet wel op het knopje drukken hé.”
Vriendin K.: “Ooh.”
Even later maakt de waterkoker lawaai. Het water warmt op, maar kookt nog niet.
Vriendin K.: “Ik denk dat het water kookt.”
Wij: “Nee, hoor. Dat klinkt anders.”
Vriendin K.: “Aha.”
Het wordt stil, de stilte voor het kookpunt. Daarna horen we het water borrelen en even later klinkt er een klikje. De waterkoker springt uit.
Vriendin K.: “Ik denk dat het water heeft gekookt.”
Vriendin M.: “Dat is waar.”

woensdag, januari 24, 2007

Plop
“Wil je eens voelen?” vroeg ze.
Langzaam stak ik mijn hand uit.
“Nu. Heb je het gevoeld?”
Ik had het gevoeld. Kleine plopjes, tegen de palm van mijn hand. Heel even maar.
Pril leven, 21 weken jong.

Water
Gisteren kwam er plots geen water meer uit de kraan. Op, gedaan, finito. Even later bleek dat niet enkel onze verdieping zonder water zat, het hele gebouw kampte met een tekort aan water. De gevolgen waren onthutsend. Geen koffie, cappuccino of thee meer. Dorst en werkmensen die niet op gang kwamen zonder hun shot cafeïne. Maar het watertekort was vooral ontluisterend. Meer dan duizend mensen die niet naar het toilet kunnen en het toch doen. In minder dan een half uur veranderden de toiletten in heel erg gore ruimtes. Gelukkig duurde de panne niet al te lang en veranderden de duizend werkmensen opnieuw in beschaafde dieren.

maandag, januari 22, 2007

Bij mij op de stoep
“Dus jij bent de pianist?”
Vriend X. keek eerst naar de buurvrouw en daarna naar mij. Hij begreep het niet. Ik bracht redding.
“Nee hoor, dat is de jongen die hier twee huizen verderop woont.”
“Oh, dan heb ik mij vergist. Als ik langs wandel, hou ik altijd even halt bij dat huis, hij speelt zo mooi. Ik dacht dat ik nu eindelijk een gezicht kon plakken op die mooie muziek.”
“Dan moet ik u teleurstellen, vrees ik.”
Vriend X. laadde zijn auto verder uit en bracht een kinderbedje naar binnen. Misschien had de buurvrouw daarin een keyboard gezien?

woensdag, januari 17, 2007

Toeristen
Net voor me in de trein, zat een koppel druk te bladeren in verschillende reisgidsen. Ik hoorde de blaadjes knisperen en af en toe toonden ze elkaar hun boekje. Als ik recht voor me uitkeek, kon ik meelezen in zijn boekje. Ze gingen naar het Atomium zag ik. En naar Manneke Pis. Uiteraard. Ook het Stripmuseum passeerde de revue. Maar de eerste attractie beleefden ze nog in de trein. Net voor we het Noordstation binnenreden, verplaatste het koppel zich naar de linkerkant. Ze bekeken de uitgestalde waren uitgebreid en gaven commentaar. Brussel, een boeiende stad.

maandag, januari 15, 2007

Makkelijk
Toen L. en T. de kerk binnenkwamen, klonk een song van Air door de ruimte. Ik keek naar de bloemenslinger om L.’s hals, naar de glimlach rond T.’s lippen en luisterde. Voor het eerst hoorde ik de tekst van het liedje, woord na woord.
Vandaag zijn L. en T. al bijna drie jaar getrouwd, maar de tekst van hun liedje liet me niet meer los. Was het zo dat het moest zijn, vroeg ik me af? Het zou makkelijk en goed zijn. Maar moest het zo zijn? Kon het ook niet anders zijn? Ik weet het niet.

zondag, januari 14, 2007

Kerstverhaal (met vertraging)
Er zijn tradities die in ere moeten worden gehouden. Met kerst hebben wij er zo eentje. Kerst betekent namelijk nostalgie ten huize Tweet - of beter: ten ouderlijke huize Tweet. Nadat het feestmaal achter de rug is, worden de papieren herinneringen opgehaald. Mijn vader neust in zijn lade en diept vergeelde zwart-wit foto's op. Die worden doorgegeven aan mijn moeder, broer en zussen en worden telkens uitvoerig van commentaar voorzien. Intussen zijn wij - de voorlopig jongste generatie - al zo oud, dat ook foto's uit onze kindertijd onder de noemer 'nostalgie' vallen. De voorbij jaren passeerden onze blonde en bruine hoofdjes dan ook de revue. Beschamend vertederend.
Deze keer gooiden we het over een andere boeg. Nog steeds nostalgie, maar geen foto's deze keer. Wel de plaat waaraan ik jaren verslingerd was. Niet voor de muziek, maar voor het verhaal. Heel plechtig legde mijn moeder de plaat van Sneeuwwitje op de pick-up. Minstens twintig jaar oud moet het exemplaar zijn.
En het kwam allemaal terug. De liedjes, de teksten. Sommige passages kon ik nog letterlijk herhalen. De boze stiefmoeder: 'Spiegeltje, spiegeltje aan de wand'. De jager die sneeuwwitje diep in het bos brengt: 'Maar waar brengt u me naartoe?' Sneeuwwitje alleen in het woud: 'Ik ben zo bang'. Sneeuwwitje aan het werk in het dwergendorpje: 'Zoveel stof'...
'Waar blijven de dwergen?' vroeg mijn zus zich af.
'Sst... daarvoor moeten we de plaat omdraaien', wist ik zeker.
Sneeuwwitje op plaat, nostalgie op haar best.

woensdag, januari 10, 2007

Omschrijving
Vandaag in DS-online, nav de overwinning van Kim Clijsters:
(...) Shaheer Peer, nochtans een soldaat in het Israëlische leger en het dus gewend om het tegen zware kanonnen op te nemen.

maandag, januari 01, 2007

Voornemen
De voornemens van mijn feestgezelschap gisteravond:
- meer groenten eten;
- de man van haar leven ontmoeten;
- meer geduld;
- minder geduld;
- inwendige vrede;
- mensen leren kennen;
- zich de dingen minder aantrekken.

Jaar
Ik bleef slapen op mijn feestadres vannacht. Vanmorgen maakten vreemde geluiden en een wakker hoofd me veel te vroeg wakker. Als een dief in de nacht stond ik op, kleedde me aan, schreef een briefje voor de gastvrouwen en vertrok. Het was stil op straat, de stilte na de storm. Overal waren de sporen van de feestnacht nog zichtbaar. Ook in het station was blijkbaar duchtig gevierd. Ik at een mandarijntje en keek door het raam van mijn trein. In mijn boek had ik nog geen zin. Het regende een beetje. Niet erg hard. Ik keek naar de wolken: links donker en onheilspellend, rechts helder en blauw. Boven het station van Vilvoorde ontwaardde ik een regenboog. Ik glimlachte, een mooiere manier om een nieuw jaar te beginnen kon ik zo meteeen niet bedenken.
Ook voor jullie een boeiend, gezond en gelukkig jaar gewenst.

zondag, december 31, 2006

Vijf jaar
Ze had gelachen, zei ze.
De vrouw die het had gedaan.
En zij, zij had geschreeuwd en gehuild.
Want zij kan niet vergeten, geen moment.

Ik dacht aan de vrouw die had gelachen.
Ooit was ze op het verkeerde moment op de verkeerde plaats.
Net als haar zus, vijf jaar geleden.
De vrouw mag vergeten, haar schuldgevoel en haar verdriet.
Maar niet vandaag. Niet waar zij bij is.

zaterdag, december 30, 2006

Babysitmeisje
Voetje voor voetje stapte ze het water in. Haar gezicht was vertrokken. Gefascineerd sloeg ik haar gade terwijl ik mijn baantjes trok. Het duurde wel een volle minuut voor ze eindelijk zwom. Ik bleef kijken. Ze leek een beetje op mijn babysitmeisje van lang geleden. De oudste dochter van het gezin waar ik vaste babysit was. Haar haren, haar ogen. Maar haar mond niet. In mijn herinnering was ze een vrolijk meisje, met een lach gebeiteld op haar gezicht. Nu werkte ze haar baantjes af met een stuurs gezicht. Alsof het haar hele veel moeite kostte en ze het absoluut tegen haar zin deed. Het deed me twijfelen.
We kruisten elkaar, ik keek naar haar gezicht. Ze keek terug maar vertoonde geen spoor van herkenning. De twijfel groeide. Straks, nam ik me voor, als we uit het water moeten, dan spreek ik haar aan. Plots besefte ik dat ik het dan niet meer hoef te vragen. Mijn babysitmeisje had immers unieke tenen, herinnerde ik me. Als ik die zou kunnen zien, wist ik het zeker.
Opgelucht zwom ik verder. Ik bleef naar haar kijken als we elkaar kruisten. Maar er verscheen geen lach en ook geen teken van herkening. Ze was een zure, prille twintiger geworden. Als ze mijn babysitmeisje was tenminste.
Vijf minuten woor we uit het water zouden worden gestuurd, lachte ze. Ze was wie ik dacht dat ze was, geen twijfel mogelijk. Ze lachte naar mij. Het was alsof de zon doorbrak. Ze was wie ze ooit was en dat was maar goed ook.

zaterdag, december 23, 2006

Politie
Midden in de drukke winkelstraat stonden twee paarden, bereden door politieagenten. Ruiters van de bereden politie dus. De paarden noch de mannen bewogen. Ze stonden daar zomaar stil. Er passeerden tientallen winkelende mensen. Het was druk, net voor kerst.
De ene agent haalde een gsm te voorschijn. Ik ving een deel van het gesprek op.
"Kun je naar hier komen? We staan ter hoogte van die lederwinkel. We hebben hier iets achtergelaten."
En inderdaad, achter het ene paard lagen hoopjes gekapt stro, bruinig.

vrijdag, december 22, 2006

Bijpraten
- Mijn achtentwintigste verjaardag zal ik me blijven herinneren als de-dag-dat-ik-mijn-eerste botsing-had. Uiteindelijk werd het toch niet zo'n leuke dag.
- Honderdjarigen praten over wat belangrijk is: eten en een heel klein beetje seks.
- Voor het eerst in mijn leven staat er een echte kerstboom in huis. Ik vind het fijn, mijn poes ook en dat vind ik minder fijn.
- Kijk op het einde van de kookworkshop naar de schorten van de deelnemers: mensen met vuile schorten koken wel vaker, mensen die hun schort angstvallig proper houden, staan liever niet in de keuken.
- Waar ik al een tijdje zin in heb en wat ik eindelijk in de praktijk kan brengen: een winterslaap.

vrijdag, december 15, 2006

28
Ik voel me verwend. Hoewel er vorige zondag al een leuk feestje was, heb ik het gevoel dat ook vandaag een hele leuke dag wordt. Ik heb een dagje verlof (op een interview na), mijn brievenbus was goed gevuld, mijn gsm spuit (van spuien) smsjes en telefoontjes en mijn mailbox schreeuwt om aandacht. En de dag is nog maar net begonnen... Ik heb fijne vrienden, dankjewel.

maandag, december 11, 2006

Uitspraken
"Dat waartegen je je verzet, bepaalt je evenzeer als datgene waartoe je je bekeert."
"Ik omarm je stevig maar voel niets."

Lijst
"Wij weten al wat er op onze huwelijkslijst komt hé?"
Zij knikte instemmend, wij keken hen vragend aan.
"De mensen mogen geld geven voor ons vals gebit. Voor allebei."
"Ja, dan mogen ze kiezen welke tand ze sponsoren. Hoektand boven links of de tweede maaltand rechts onder."
Zesentwintig en negentien zijn ze en hun vele tandartsbezoeken beu.

dinsdag, december 05, 2006

Paden
Ooit zaten we samen in de klas, vandaag kruisen onze paden slechts heel af en toe. We kozen onze eigen weg. We werden informaticus, leerkracht, bedrijfseconoom, juriste, mama, maatschappelijk werker, architect, redacteur, papa, winkeljuf en makelaar. En zij, zij verzorgt haar moeder. Van half zeven ’s morgens tot half zeven ’s avonds. Dat zij de zwaarste job heeft van ons allemaal, staat vast. Dat zij daarvoor niet heeft gekozen, ook.

maandag, december 04, 2006

Uitspraken over mijn werk
- “Dat je zo hard moet werken en dat je job zo weinig nut heeft, dat is toch erg eigenlijk.”
- “Ik hem gezien da ge regelmatig een paar lijnen in de * piest.”
*: blad waarvoor ik schrijf

vrijdag, december 01, 2006

Vrijdag
Vrijdagnamiddag is het nu. En toch heb ik absoluut geen vrijdaggevoel. Geen nog-enkele-uurtjes-hard-werken-en-dan-uitblazen-gevoel, geen uitbollen-naar-het-weekend-gevoel. Nee, het gevoel dat overheerst is eerder een dinsdagavond-gevoel. Een er-is-al-hard-gewerkt-maar-er-moet-nog-veel-gebeuren-gevoel. En dat is maar goed ook. Want dat gevoel past beter bij de realiteit dan een vrijdagnamiddag-gevoel. Er moet immers nog hard worden gewerkt. Vandaag, zaterdag en zondag. En dan begint maandag gewoon een nieuwe werkweek. Vraag is alleen hoe lang ik het dinsdagavond-gevoel kan rekken. Want ik heb het nog een tijdje nodig…

donderdag, november 30, 2006

Nutteloos
Begin november veranderde mijn huis een week lang in een werf. Er werd geboord, geklopt en gezaagd. Werkmannen met vieze schoenen liepen in en uit. Overal was er stof. In de badkamer, in de keuken, in mijn bed en op het toilet. Een week lang kampeerde ik in mijn eigen huis, zonder al te veel comfort. Warm water en verwarming waren afgesloten.
Al deze ontberingen, ik doorstond ze met de glimlach. Want ze dienden een goed doel. Eentje dat dringend gerealiseerd diende te worden en geen weken uitstel meer duldde. Het werd immers winter. Het ging koud worden en vriezen. Ijsbloemen op het raam, pegels aan de neus. Hoog tijd voor centrale verwarming, vond ik. Tien november had ik centrale verwarming. Sindsdien is het lente, daarboven heeft iemand beslist de winter over te slaan. Vraag me dus niet hoe het is met mijn verwarming, ik kreeg amper de kans ze te gebruiken.

maandag, november 27, 2006

Aankoop
"Ik kom voor een wormenbak", zei ik.
De man keek me vragend aan. "Een wormenbak? Bedoel je echt een wormenbak?"
"Ja, een wormenbak. Die verkopen jullie toch?"
"Ja, die staan hier, maar we hebben er nog nooit een verkocht. Jij bent de eerste klant."
Hij zei dat hij daarvoor nog geen formuliertje had. Maar hij zou het wel in orde brengen. Hij nam een papier, schrapte compostvat en voegde wormenbak toe. En zo kocht ik de eerste wormenbak. Nu nog wormen op de kop tikken. Figuurlijk dan.

Trein
Al in Brussel-Zuid zat de trein naar Amsterdam tjokvol. Ik had nog net een plaatsje bemachtigd. Enkel voor me was nog een zitje vrij. Net voor het vertrek nam er een Afrikaanse dame plaats. Ze had zich gehaast. Ze hijgde een beetje en haalde een zakdoekje boven. Daarmee depte ze haar gezicht en hals. Ze nam een slokje water en leunde achterover. Intussen waren we bijna in Brussel-Centraal. De vrouw had eindelijk tijd om rond te kijken. Op dezelfde hoogte aan het raam ontdekte ze een bekende. Enkel de gang en een andere reiziger scheidden hen van elkaar. Ze begonnen een geanimeerd gesprek in een Afrikaanse taal. De ene vrouw liet de andere haar boodschappen zien. Een tasje van een schoenwinkel. De dame die tussen de beide Afrikaanse vrouwen zat, mengde zich in het gesprek. Ze bood aan om van plaats te wisselen. "Het is goed om dicht bij je vrienden te zijn", zei ze. De twee vriendinnen zetten de reis naast elkaar verder.

Nieuw
Gisteren heb ik iets nieuws gedaan. Iets dat ik nog nooit in mijn hele leven had gedaan. En ik ben er helemaal ondersteboven van. Al moet u dat eerder letterlijk dan figuurlijk nemen. Gisterochtend trok ik mijn trui immers ondersteboven aan. Niet binnenstebuiten of achterstevoren, neen, ondersteboven. Echtwaar.

dinsdag, november 21, 2006

Samen zijn en je ziel op tafel leggen.
Naakt zijn en het niet erg vinden.
Echt zijn en het tonen.

Alleen zijn en genieten.
Naar binnen kijken, zoals enkel jij dat kan.
In je eentje verwerken, omdat dat nodig is.

Dagen niet praten, niemand zien.
En het gemis voelen.
Niets om te delen,
niemand om in de ziel te kijken,
niemand die in jouw ziel kijkt.

Eenzaamheid als drijfveer.
Of het verlangen ernaar.

Ijdel
"Wat een mooie ketting heb jij aan!"
"Dat is een schoon juweel."
"Die ketting is echt heel mooi!"
Drie keer lagen de woorden op het puntje van mijn tong, twee keer slikte ik ze toch in.
"Vijf euro, bij de Hema."

zaterdag, november 18, 2006

Alleen
Enkel mannen. Geen vrouw te zien.
Alsof het niets bijzonders was, stapten we de zaak binnen. De mannen keken even op, maar concentreerden zich snel weer op hun glaasjes thee.
Enkel donkere mannen. Geen donkere vrouw te zien, laat staan een blonde.
We liepen naar boven, naar het restaurant. De ober wees ons een tafeltje voor twee.
Ik deed mijn jas uit en keek om me heen. Een vrouw, zag ik. Alleen. Ze lachte naar me. Ik lachte terug. Opgelucht.

vrijdag, november 17, 2006

Ouder
“Heb jij rimpels bij je ogen?”
De vraag overviel me. Ik hou die zaken niet zo nauwlettend in de gaten. Als ik merk dat mijn ogen nog steeds groen zijn en dat de wallen eronder niet te veel op de Ardennen lijken, vind ik het al lang goed.
“Dat weet ik niet”, antwoordde ik.
“Je moet eens goed kijken in de spiegel en een beetje lachen”, maande ze me aan.
Ik keek en zag dat mijn ogen nog steeds groen en de wallen geen Ardennen waren. Daarna trok ik mijn mondhoeken omhoog en staarde naar mijn ogen. Net eronder ontwaarde ik inderdaad enkele fijne lijntjes. Rimpels. Of rimpeltjes.
“Ze zijn er!”
“Ah, gelukkig. Anders zou vandaag wel een hele zwarte dag geweest zijn”, zuchtte ze.
Mijn zusje werd die dag vierentwintig en had voor het eerst een rimpeltje ontdekt. Dat ik – toch bijna vier jaar ouder – ook was aangetast door het virus ‘ouderdom’, beschouwde ze als een mooi verjaardagscadeau.

woensdag, november 15, 2006

Leven
Ze lijkt een meisje. Fijn gebouwd, mini-borsten en platte buik.
Ze is een vrouw. Een ring om haar vinger, wijsheden in haar hoofd en de belofte van nieuw leven in haar schoot.

vrijdag, november 10, 2006

Man
Net voor me liep een man. Ik haalde hem in en kon hem steeds beter bekijken. Ik schatte hem vijfentwintig, zeker geen dertig. Zijn broekzakken bolden op, een portefeuille en een pakje sigaretten. In zijn ene hand hield hij trouwens een sigaret. In zijn andere hand ontwaarde ik een blikje bier. Een halve liter. En op zijn buik bungelde een baby.

maandag, november 06, 2006

Je doet alles.
Alles wat je kan
en af en toe nog iets meer ook.
Je bent hard, zacht, lief, boos, aanwezig.
Je rent, draagt, luistert, zingt, troost en bemiddelt.

Maar hij valt.
Diep en pijnlijk.
En je kunt hem niet vangen.
Je kunt hem niet tegenhouden.
Hij valt.

Misschien, heel misschien
kun je ervoor zorgen dat hij zachter valt.
Minder diep neerkomt.
Minder hard neerkomt.

Eekhoorn
Ik hoorde hem zeggen dat hij daarvan nog nooit had gehoord, van vliegende eekhoorns. Dat het een dichterlijke vrijheid was. En dat ze het maar vrij moest vertalen. Ik draaide me om en schudde van 'nee'. Die beestjes bestaan wel degelijk. Vraag me niet hoe ik dat wist, maar ik wist het wel.
Hij had het begrepen en vertelde aan de vrouw aan de andere kant van de lijn dat vliegende eekhoorns wel degelijk bestaan. "Nele had vroeger een vliegende eekhoorn als huisdier", hoorde ik hem vertellen. Verbaasd draaide ik me om. Hij keek me niet aan. "Ze zegt hier net dat dat beestje in haar huis van kast tot kast vloog." De vrouw aan de andere kant van de lijn stelde blijkbaar een vraag. "Wel tien meter ver kunnen ze vliegen. Ze zijn zo ongeveer twintig centimeter groot, vertelt ze. Maar het was wel erg vuil in huis. Die piesten overal. Daarom heeft ze die eekhoorn uiteindelijk maar weggedaan." Waar hij het haalde, ik had geen idee. Maar zij geloofde hem. En hij gaf geen krimp. Ik heb iets uit te leggen als ik haar opnieuw zie.

zondag, oktober 29, 2006

Vandaag
geoogst in mijn tuintje:
- een rijpe vijg
- vier rijpe aardbeien
- een kleine groene paprika

dinsdag, oktober 24, 2006

Zwart (als de nacht)
Vrijdagavond, half twaalf. Ik fiets van het café naar huis. Van het dorp naar de stad, zo’n zes kilometer verderop. Als ik van het bruggetje naar beneden rijd, merk ik dat ik flink wat vaart kan maken. Een hogere versnelling is welkom. Ik schakel en merk meteen dat het mis gaat. Mijn ketting ligt eraf. Wanneer ik niet meer vooruit kom, stop ik en draai mijn fiets om. Tegenover me parkeert een man zijn wagen in de garage. Ik leg mijn ketting er opnieuw op maar laat mijn fiets nog even ondersteboven staan. Mijn vingers zitten vol smeer, ze zijn pikzwart. Ik trek mijn stoute schoenen aan en steek de straat over. Of ik mijn handen kan wassen, vraag ik aan de man. Het is laat. Het is donker. Hij kent me niet. Ik zie zijn twijfel. Hij kijkt naar mijn handen.
Hij laat me binnen in de garage en neemt een klaarstaande emmer. Ik stop mijn handen in het koude water, er gebeurt niets. Ik heb zeep nodig. Hij brengt me een vuil vodje. Zijn vrouw komt de garage binnen. Hij legt uit wie ik ben en wat ik kom doen. ‘Je geeft haar toch geen water van de verwarmingsketel’, vraagt ze. Hij beaamt. Ze gaat zeep halen voor me. Ik schrob, langzaam verdwijnt het zwart. Ze wil dat ik mijn handen nog eens was aan de wastafel. Ik zeg dat ik haar huis niet wil vuilmaken. Ze draait de warme kraan open en biedt me een handdoek. Ik bedank haar. Mijn handen zijn bijna helemaal proper als ik opnieuw op mijn fiets stap. De man en de vrouw staan in de garage en zwaaien me uit. Het is kwart voor twaalf. ’s Nachts.

maandag, oktober 23, 2006

Parking
De weggetjes hadden een letter. Van A tot P. Of nog verder, dat wist ik niet zeker. Ik had voor mijn auto een plekje gevonden in weggetje N. Aan de ingang van mijn weggetje zag ik een oudere vrouw besluiteloos heen en weer lopen. Ik haalde haar in. 'Ik weet niet meer waar ik mijn auto heb achtergelaten', zuchtte ze. Ik vroeg of ze de letter nog wist. 'Pff, ... iedere dag een andere letter', schamperde ze. Even wendde ze zich van me af. Ik zag dat ze haar zakdoek bovenhaalde en haar oog bette. Ik bood aan mee te zoeken. 'Het is een grijze Opel', zei ze. Ze dacht dat ze hem dichter bij het ziekenhuis had geparkeerd, maar had alle weggetjes al nagekeken. 'Dan doen we nu dit weggetje en keren we daarna terug richting ziekenhuis,' bood ik aan. Langzaam stapten we voorbij rijen geparkeerde wagens. Ik keek uit naar een grijze Opel. De vrouw zuchtte. 'Het is alsof ik niet meer kan nadenken. Ik heb net te horen gekregen dat mijn man niet meer zal genezen.' We passeerden mijn auto en zochten verder. Twintig meter verder slaakte ze een kreetje. 'Daar staat hij.' Ze wees naar een grijze Opel iets verderop. Ze bedankte me en ik wenste haar veel sterkte. Daarna keerde ik terug naar mijn auto.

donderdag, oktober 19, 2006

Klanken
Mama en papa. Lange eerste a, klemtoon op de eerste a, korte eerste a, klemtoon op de tweede a. Er zijn tientallen manieren om deze twee woorden uit te spreken. En toch klinken ze negen op de tien keer identiek. Of bijna identiek. Má-ma en pá-pa. Met de klemtoon op de eerste lettergreep.
Maar mijn moeder - die ik overigens nooit mama heb genoemd - zegt het anders. Ma-má, kort-kort en klemtoon achteraan. Ze heeft het dan niet over willekeurige mama’s, ze heeft het over een bijzonder persoon. Als zij ma-má zegt, vertelt ze over haar moeder, die ik nooit heb gekend. Ze stierf in het kraambed. En pa-pá is haar vader – mijn grootvader – voor de dood van ma-má. Daarna werd hij paps.
Vandaag luisterde ik naar het verhaal van een vrouw. Ze vertelde over haar ouders. Over ma-má en papá. Het klonk zoals mijn moeder het zou zeggen. Kort-kort, klemtoon achteraan. Elke keer de vrouw de woorden liet vallen, knipperde ik even met mijn ogen. Ik had het er moeilijk mee. Alsof zij de voorrechten van mijn grootouders schond.

woensdag, oktober 18, 2006

Mijn hoofd te rusten
in de warmte van je schoot.
Mijn ogen gesloten
jouw adem op mijn gezicht.
Zachtjes.
Daarbinnen niets, enkel zwart
en de belofte: het kan, geluk.

dinsdag, oktober 17, 2006

Poesje
Mijn kat is er eentje van uitersten. Af en toe is ze de allerliefste van de hele wereld. Dan springt ze – letterlijk – in je armen, laat zich uitgebreid strelen, spint en geeft kopjes. Zoveel en zo hard, dat je het gevoel hebt dat ze in je wil kruipen. Of wanneer ze een ideaal plekje zoekt om te slapen. Met haar hoofd op mijn arm als ik voor de computer zit, op mijn buik als ik tv kijk.
Maar af en toe is mijn kat ook het vervelendste schepsel op aarde. Als ze de vaas met bloemen omstoot, als ze denkt dat ik een boom ben en haar nagels diep in mijn benen plant, als ze mijn neus een lekker stukje vlees vindt, als ze door het huis stuift en geen benul heeft van obstakels, als ze keer na keer op het aanrecht springt, ondanks bestraffend toespreken en de waterspuit.
Ze heeft temperament, dat is zeker.

Schoenen
Het meisje huilde hartverscheurend. Met lange uithalen en natte tranen. Het klonk niet alsof ze huilde omdat ze geen pakje chips mocht, het ging om diep verdriet. Haar haar hing in slierten rond haar witte gezichtje. Donkere, natte ogen staarden af en toe naar het meisje dat voor haar zat. Het moest haar zus zijn, ze was veel te jong om haar moeder te zijn.
De zus streelde de haren en sprak troostende woorden. Het hielp niet.
“Mijn schoenen”, snikte het meisje. Tranen rolden langs haar wangen.
“Ik weet het”, troostte de zus. “Maar volgend jaar ga ik werken, dan hebben we geld.”

vrijdag, oktober 13, 2006

Weg
Gisteravond ging op zoek naar mijn reistas. Ik wist nog dat die boven stond, daar in de kamer waar sinds de verhuizing bitter weinig is gebeurd. Het ligt er vol spulletjes die nog geen plaatsje hebben gekregen. Paperassen, herinneringen, kampeerspullen en mijn reistas. Uit de tas diepte ik drie regenjassen op. En ik besefte: sinds ik verhuisd ben - acht maanden geleden intussen - ben ik nog niet weggeweest. Geen reisje, geen citytrip, geen weekendje weg. De regenjassen had ik er tijdens de verhuis in gepropt.
En daar ga ik nu verandering in brengen: 'k ben een weekendje weg en volgende week doe ik dat nog eens.

woensdag, oktober 11, 2006

Gehoord
"Ja, ik verzamel jou."
En ze had het tegen mij.

zondag, oktober 08, 2006

Wereld
Ze heeft de weg gevonden en de kracht opgebracht. Met een sprong belandde ze op de regenton. Nog een kleine sprong en ze zat op het tuinmuurtje. Eindelijk ging de wereld voor haar open. Het dak van mijn schuurtje, de daken van de schuurtjes van de buren. En de tuinen van de buren. En de daken.
Zij ziet wat ik nooit kan zien, ze verkent wegen waar ik nog nooit ben geweest. En ik, ik ben een tikkeltje ongerust en ook een beetje jaloers. Een beetje maar.

vrijdag, oktober 06, 2006

Seizoenen
Vannacht sliep ik voor het eerst terug met een pyjama aan. Ik had het koud, gisteravond. Vanmorgen was het nog donker toen ik opstond. Onderweg naar het station regende het zachtjes. Regendruppels vormden grote parels op mijn jas. Het was grijs en grauw. Donker en koud. Oktober en herfst.
Aan het station kleurden tientallen emmers met honderden zonnebloemen de ochtend zomers. Eentje kreeg ik er in mijn handen gestopt. ‘Vrijdag bloemendag’ las ik. En vrijdag zomerse dag, voelde ik.

woensdag, oktober 04, 2006

Moeilijk woord
oftalmoloog

dinsdag, oktober 03, 2006

Dag
Ik hoef niet lang na te denken over een programma. Mijn dagen vullen zich vanzelf. Dat zou leuk en makkelijk kunnen zijn, maar dat is het niet. Want op het programma staat steevast: ziekenhuisbezoek. Soms ga ik langs bij de ene, dan bij de andere. En voor die derde heb ik zelfs nog geen tijd gehad. Of gemaakt.
Het zijn tijden van confrontatie, verlies en af en toe ook van warmte. Het vanzelfsprekende is niet meer zo vanzelfsprekend.
Het is hoog tijd voor goed nieuws. Of voor geen nieuws. Want dat is altijd beter dan slecht nieuws.

zondag, oktober 01, 2006

Nieuw
Voor hem geen weblog. Hij las wel mee. En hij deed zijn best om zoveel mogelijk te worden vermeld in stukjes van anderen. Daar slaagde hij in. Hier en daar.
Maar nu hij een paar maanden in Taiwan verblijft, gaat hij zelf schrijven. En mogen wij meelezen op Buitenbeen. En daar zijn we blij om.

dat wat je niet wilde weten
je donkerste nachtmerries
de toekomst die je het meest vreest
de woorden die je niet kunt uitspreken
hij zegt ze
en je weet
het is de waarheid

donderdag, september 28, 2006

Witboek
Er zou een witboek komen, zei ze. Ik vroeg verder, ik was geïnteresseerd. Het bestond eigenlijk al zei ze. Ze zou het me laten zien. Ze duikelde haar kast in, bladerde in een map en haalde het witboek tevoorschijn.
“Dit is het”, zei de. Ze overhandigde me welgeteld één vel papier. Een witboek van één pagina, dat noem ik een witte bladzijde…

maandag, september 25, 2006

Gezien
- Een jongen, naast me op het perron. Hij hield zijn rugzak op schoot, net als ik. Naast hem op de bank plaatste hij een maatbeker met deksel. Daarin, een goudvis.
- Het Engelse platteland in de stad Brussel. Honderden huisjes in cottage-stijl.
- Plastic rolschaatsen van Fisher Price. Knaloranje. Voor een euro op de rommelmarkt.
- Een meisje dat liefdevol een tuinkabouter in de armen sloot. Ze bekeek hem van alle kanten. Alsof ze zocht aan welke kant hij het mooist was. Of het liefst, of het bevalligst. Uiteindelijk ging haar hand naar zijn rode puntmuts. Voorzichtig haalde ze er een grote scherf af. Die had de hele tijd al los gezeten.

maandag, september 18, 2006

Licht
Vrijdagavond 11 augustus liet ik het rolluik in mijn woonkamer naar beneden. Ik trok aan het lint en voelde dat het lint het daar moeilijk mee had. En ik ook. Ik had er geen controle over. Het rolluik was wel helemaal gesloten en dat was de bedoeling, dus maakte ik me daarover niet erg druk.
Maar ’s ochtends weigerde het lint alle dienst. Geen millimeter beweging kreeg ik erin. En dat zou zo blijven, weken na elkaar. Rolluik naar beneden, lint muurvast.
We ondernamen diverse reanimatiepogingen, maar die werden een voor een vroegtijdig gestaakt. Ik had echt niet genoeg kracht, het mechanisme waar het fout was gegaan, zat verborgen achter maar liefst twee ingenieuze constructies, die constructies moesten helemaal worden afgebroken, het nieuwe lint bleek te kort, mijn hulp – mijn vader – belandde voor minstens acht weken in het gips, de veer deed het niet meer en bij de nieuwe zat geen gebruiksaanwijzing. Een lange, donkere lijdensweg.
Intussen was het donker in mijn woonkamer. Dag en nacht. Langs de keuken sijpelde er wel wat licht door, maar dat was amper de moeite. Ik leefde in een donker hol, afgesloten van de wereld. Af en toe vond ik het niet erg, het paste wel bij mijn gemoedsgesteldheid. Maar stilaan begon ik het licht heel erg te missen.
Gisteren lukten de reanimatiepogingen eindelijk. Voorzichtig trok ik aan het lint. Het rolluik volgde moeiteloos. Langzaam stroomde er opnieuw licht in mijn woonkamer. Mijn dag kon niet meer stuk.

donderdag, september 14, 2006

Ontmoeting
Ik was een beetje te vroeg op onze afspraak. Ik installeerde me op de trappen van het imposante gebouw voor een sessie mensjes kijken. Altijd leuk. Toeristen, hippe stadsmensen en chique zakenmensen passeerden. Een zwarte rasta-man kwam naast me zitten. Ook goed, dacht ik. Hij sloeg een arm om mijn schouder en plantte een zoen op mijn wang. Minder goed, dacht ik. Hij vroeg waar ik vandaan kwam en drukte zijn lippen opnieuw tegen mijn wang. Daar bleven ze een eeuwigheid geparkeerd. Veel minder goed, dacht ik. Dat het genoeg was, zei ik. Ik probeerde me vriendelijk maar kordaat los te maken uit zijn omhelzing. Daar slaagde ik niet onmiddellijk in. Vanuit mijn rechterooghoek zag ik mijn afspraak dichterbij komen. Ik sprong recht en samen wandelden we weg, zonder omkijken.

maandag, september 11, 2006

Weekend
Vrijdagavond strekte het weekend zich als een lange, lege vlakte voor me uit. Een ding had ik gepland: een afspraak voor ’t werk op zaterdagochtend. En af en toe een ziekenhuisbezoekje, maar verder niets. Tijd om te piekeren of tijd voor onverwachte ontmoetingen …
Het werd de tweede optie. Zaterdagmiddag zorgde ik daar zelf voor, ik drukte op een bel waarachter heel misschien een vriend schuil ging. Met een slaaphoofd verscheen hij aan de andere kant van de deur. Een zonnig terrasje, een lekker slaatje en een gezellige babbel volgden.
Zondag werd ik verrast. Of ik thuis was, vroegen vrienden. Daar kon ik wel voor zorgen. Ik vertrok iets vroeger uit het ziekenhuis en haalde een taartje. De vrienden keurden mijn nieuw stulpje, streelden de kat en genoten van het zonnetje. En dat was ook wat ik deed dit weekend, genieten.

donderdag, september 07, 2006

Trein
Maandag had ze me in gebrekkig Frans gevraagd of de trein echt wel naar Brussel reed. “Ja”, zei ik, “maar het is een stoptrein.” “Hoe vaak stopt die dan?” had ze gevraagd. “Vier keer en dan zijn we in Brussel-Noord.” “En wanneer vertrekt de trein? Nu of binnen vijf minuten?” “Over vijf minuten”, had ik geantwoord.
Intussen was de trein helemaal gestopt en waren de passagiers uitgestapt. We stapten op. Ik zocht een plaatsje en deed mijn jasje uit. Ze kwam dicht bij mij zitten. “Ga jij ook naar Brussel?” vroeg ze. “Nee, ik moet er al eerder uit.” Verder zwegen we. Ik glimlachte naar haar en stapte uit net voor de trein in Brussel zou aankomen.
Vanmorgen nam ik een trein vroeger. Mijn tempo ’s ochtends ligt alweer iets hoger. Terwijl de roltrap mij en tientallen andere pendelaars naar het perron bracht, wierp ik een blik over mijn schouder. Vlak achter me zag ik de vrouw van maandag. Ze lachte, ik lachte terug.